Zomergasten, het drie uur durende interviewprogramma van de VPRO, houdt na 37 jaar op te bestaan. Dat bevestigt de omroep na vragen van de Volkskrant. Het besluit is niet genomen door de VPRO, maar opgelegd door de NPO.
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Het programma, door schrijver Peter Buwalda ooit omschreven als ‘instituut van intellectuele folklore’, wordt in 2026 voor het laatst uitgezonden. ‘We leggen de focus meer op streaming, podcasts en ander nieuw online-aanbod’, aldus een woordvoerder van de NPO, de overkoepelende organisatie die gaat over uitzendtijden en budgetten.
‘In combinatie met de stevige bezuinigingen die het kabinet de publieke omroep heeft opgelegd, moeten er moeilijke en pijnlijke keuzes worden gemaakt in de radio- en tv-programmering.’ De NPO gaat niet in op individuele gevallen.
‘We maken ons grote zorgen over de kaalslag die de bezuinigingen veroorzaken in het culturele aanbod van de publieke omroep en het verlies van de ruimte voor experiment, innovatie en talentontwikkeling’, zegt Zakia Guernina, algemeen directeur van de VPRO.
Zomergasten is niet het enige VPRO-programma dat stopt. Ook het muziekprogramma Vrije geluiden, dat sinds 2001 wordt uitgezonden, is in 2026 voor het laatst te zien. Datzelfde geldt voor Hoofdzaken en De cadeaufabriek.
De EO maakte dinsdag bekend dat die omroep vanwege de bezuinigingen vanaf 2027 stopt met het maken van fictie- en documentaireprogramma’s. Daardoor verdwijnen programma’s als Rail Away. BNNVara en Avrotros meldden vorig week dinsdag al welke programma’s bij die omroepen sneuvelen.
In de omroepwereld – en door Volkskrant-lezers – zal vooral worden nagepraat over het stopzetten van Zomergasten, een instituut dat begon als noodoplossing. In Nederland mocht eind jaren tachtig op zondag geen reclame worden uitgezonden. Aan de destijds armlastige VPRO werd gevraagd een avondvullend programma te bedenken. Redacteur Krijn ter Braak bedacht een spotgoedkoop format: laat één gast vier uur over zijn of haar favoriete televisiefragmenten praten.
Voor kijkers werd het programma ‘een baken van rust in een wereld vol hectiek’, zo zei Peter van Ingen, de eerste presentator, vorig jaar tegen het Vlaamse blad Humo.
Met de jaren kreeg het programma een bepaalde status. ‘Zomergasten is een elitair televisieprogramma’, zei Vincent Krone, universitair hoofddocent media- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, in 2022 tegen Trouw. ‘Dat woord heeft een negatieve lading gekregen, maar zo zie ik dat niet: het is gewoon een doelgroep waarvoor op de Nederlandse televisie niet zo gek veel programma’s zijn.’
Spotgoedkoop was het programma toen al lang niet meer. Toen Peter van Ingen in 2003 terugkeerde als eindredacteur, schrok hij enorm van hoe duur de uitzendrechten van de fragmenten waren geworden.
Zomergasten wilde geen programma voor de massa zijn, maar werd dat in zekere zin wel. In de jaren negentig trok het programma tussen de 600- en 900 duizend kijkers. De best bekeken aflevering was die met Youp van ’t Hek, in 2001, met 1,3 miljoen kijkers. De afgelopen tien jaar behaalden de interviews met premier Mark Rutte (2016) en met de zieke Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan (2017) rond de miljoen kijkers.
De laatste jaren werd het programma minder populair. Naar gesprekken met schrijver Sana Valiulina, China-correspondent Garrie van Pinxteren en fotograaf Sakir Khader keken vorig jaar minder dan 150 duizend kijkers.
Desondanks bleef het een programma waarover je op maandagochtend in progressieve kringen je mening paraat moest hebben, of het nu ging over de presentator (het afgelopen jaar de Vlaamse schrijver Griet Op de Beeck), de gasten of het decor. Recensies van Zomergasten werden regelmatig beter gelezen dan het programma was bekeken, schreef Het Parool dit jaar.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant