In mijn vrije tijd interview ik mijn oudste familieleden over hun levens en de afgelopen anderhalf jaar leverde dat diverse boeiende adviezen op, zoals dat van oudoom K. die vindt dat je beter een huisdier kunt nemen dan een kind. Of neem deze van mijn oudtante M. dat je op basis van de partner die je kiest, kunt zien hoeveel je van jezelf houdt (een uitspraak waar ik toch een week van heb wakker gelegen). Afgelopen week hoorde ik mijn bejaarde achterneef P. uit over wat hij de achterblijvers wilde meegeven.
„Hmm”, peinsde hij. „Je moet er sowieso altijd wat van zeggen wanneer je in de kroeg fris zonder prik krijgt. Als je een dode cola over je kant laat gaan, is het hek van de dam.”
„En nu even serieus.”
Hij sabbelde op zijn snorpunten.
„Dat je soms je dromen moet wantrouwen”, zei hij na een tijdje. „Er was een tijd waarin ik meer dan zeventig uur per week werkte. Ik wilde de beste fotograaf ter wereld worden, maakte de ene ambitieuze reportage na de andere, nam steeds meer klussen aan, maar liep tegen een muur op.”
„Raakte je overwerkt?”
„Nee, erger. Toen ik op een ochtend de deur uit ging besefte ik dat de dagen niet meer van mij waren. Ik was alleen maar bezig met waar ik kon parkeren, of ik de juiste lenzen bij me had en waar ik extra rollen vandaan kon halen. Ikzelf, mijn gevoelens, wat ik van de dingen vond, het was allemaal naar de achtergrond verdwenen. Ik was zelfs niet meer in staat tot voorpret, en dat terwijl ik mijn droombaan had.”
Hij droogde zijn snor met een servetje.
„Soms zitten we een droom zo achterna”, vervolgde hij, ,,dat we gaandeweg vergeten om er kritisch naar te kijken. Of ze wel goed voor ons zijn, waar ze eigenlijk vandaan komen. Uit wat voor duisternis, leegte of verdriet ze opbloeiden. Want dat vergeet je weleens, dat dromen niet alleen verlangen zijn, maar ook een symptoom. In mijn geval gevolgen van een vader voor wie het nooit goed genoeg was, en een moeder die wegens ziekte amper energie had om mij op te merken.”
„Stopte je met fotograferen?”
„Nee. Ik begon het rustiger aan te doen, hoefde niet meer per se een tweede Richard Avedon te worden. Ik heb grote kansen laten schieten, maar het was goed zo. Anders had ik me laten uitwissen door mijn ambities. Dromen kunnen je doen floreren, maar ook helemaal kapotmaken.”
Hij keek me aan met fonkelende ogen.
„Opgeven”, zei hij, „was een geschenk.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC