Home

Nederlandse steden weerden na aankomst ‘immigranten’ uit Suriname – de Bijlmer ving hen op

Suriname Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, klonk in verschillende Nederlandse steden protest tegen de komst van tienduizenden Surinamers. Met een spreidingsbeleid probeerde de overheid te voorkomen dat zij zich te veel op één plek zouden vestigen. Dat lukte niet helemaal. „Amsterdam-Zuidoost werd een zachte landing in een vreemd land.”

De flats Eeftink (links) en Gliphoeve en Gravestein (rechts) in Amsterdam-Zuid Oost in 1980.

Volle vliegtuigen op Schiphol: tussen 1970 en 1980 komen ongeveer 140.000 Surinamers aan in een land dat daar nauwelijks op voorbereid is. „Nederland is geen immigratieland”, benadrukt de regering. En dat klopte ook, zegt Ilse van Liempt, stadsgeograaf en migratieonderzoeker aan de Universiteit Utrecht. „De komst van migranten bestond in die tijd vooral uit gastarbeid van mensen uit Turkije en Marokko. Die werd als tijdelijk bestempeld, het werd geen migratie genoemd. Surinamers waren er wel, maar in kleine aantallen en meestal uit hogere milieus, ze kwamen vaak voor studie.”

In de jaren rond de Surinaamse onafhankelijkheid in november 1975 trekken al tienduizenden Surinamers naar Nederland. Omdat het ‘nog kan’. Mensen vrezen voor verlies van hun Nederlandse paspoort en hebben economische zorgen. Ook de bestaande band met Nederland is een overweging.

In 1975 bereikt de migratiestroom een piek van bijna veertigduizend mensen. Het kabinet richt daarom het Centraal Bureau Uitvoering Vestigingsbeleid Rijksgenoten op om Surinamers over het land te verdelen en opvang te regelen. „Migranten werden verspreid naar opvangpensions over het hele land, zonder te kijken naar wat zij zelf wilden”, zegt Van Liempt. „Mensen trekken nu eenmaal naar plekken waar hun gemeenschap zit.” De spreiding lukt dan ook slechts gedeeltelijk: veel migranten trekken alsnog naar Amsterdam.

De snelle groei van de Surinaamse gemeenschap roept zorgen op, met name in de hoofdstad. Een kleine groep werkloze Surinaamse mannen krijgt veel aandacht door drugsgebruik en er is overlast rond de Zeedijk, een plek die toch al met zware drugsproblemen kampt. „In Amsterdam brak paniek uit. De gemeente voelde zich onevenredig belast”, zegt Van Liempt. Burgemeester Ivo Samkalden vreest dat de stad honderdduizend nieuwe Surinamers moet opvangen en waarschuwt voor „rampzalige toestanden”. Bij aankomst in Nederland wordt tegen Surinamers gezegd dat ze mogen kiezen waar ze willen wonen, maar dat Amsterdam vol is.

Stad van de toekomst staat leeg

Tussen 1968 en 1975 worden de kenmerkende honingraatflats van de Bijlmer opgeleverd, bedoeld voor de welvarende middenklasse. De nieuwe buitenwijk van Amsterdam geldt als ‘de stad van de toekomst’: moderne en ruime appartementen, verhoogde autowegen die gescheiden waren van fietsers en wandelaars, met veel groen en flats die ver van elkaar af staan.

Vakantiefeest in de Gliphoeve in de Bijlmermeer, in 1981.

Toch blijven bewoners in eerste instantie weg. De huren liggen twee tot drie keer hoger dan gebruikelijk en, zoals het Bijlmermuseum schrijft: „De Amsterdammers voor wie de wijk bedoeld was gaven liever hun geld uit aan nieuwe laagbouw in Lelystad, Purmerend en later Almere.”

Terwijl Amsterdam-Zuidoost grotendeels leegstaat, komen Surinaamse nieuwkomers ondertussen moeilijk aan een woning. Van Liempt: „Het Centraal Bureau Uitvoering Vestigingsbeleid Rijksgenoten (CBUVR) bedacht discriminerend beleid, uitgevoerd door woningcorporaties.” In Amsterdam werden hele wijken en straten afgesloten voor Surinamers, ondanks hun Nederlandse paspoort. En waar zij wel terecht konden, gold per portiek een maximum aantal Surinaamse gezinnen. Volgens beleidsmakers zou meer dan één gezin in deze zogeheten gemengde buurten leiden tot overlast en spanningen.

Hogeropgeleide Surinamers met werk komen meestal nog wel aan een woning. „Een deel van hen koos voor de Bijlmer”, vertelt Daan Dekker, journalist en auteur van De Betonnen Droom, een boek over de geschiedenis van de Bijlmer. Veel woningcorporaties in Amsterdam-Zuidoost hanteren een maximum van 10 tot 15 procent Surinamers maar corporatie Ons Belang kan zich dat niet permitteren. Een groot deel van de Bijlmer staat leeg en de appartementen moeten worden gevuld. „Wij discrimineren niet”, is hun slogan, maar volgens Dekker hebben ze simpelweg geen keus: anders gaan ze failliet.

Veel migranten zijn echter laagopgeleid. Zij hebben meer moeite met het vinden van werk en een woning. „Met het subsidiëren van pensions, de asielzoekerscentra avant la lettre, werd de ergste nood gelenigd”, schrijft Dekker in zijn boek. In Amsterdam staan in die tijd tientallen pensions, vaak in slechte staat, met problemen als kakkerlakken, wateroverlast en brandgevaar.

Renoveren

De torenflats rondom metrostation Ganzenhoef in Amsterdam tellen tien verdiepingen. Jules Krind (91) woont sinds kort op verdieping twee. Hij emigreerde in 1971 vanuit Paramaribo naar Amsterdam-Zuidoost. „Ik heb bijna vijftig jaar in de Gliphoeve gewoond, maar dat zijn ze nu aan het renoveren.” Het is al de tweede keer in vijftig jaar dat de flats grondig moeten worden gerenoveerd. Buiten is het koud, binnen staan ingepakte koffers al klaar: „We gaan deze winter terug naar Suriname. Daar is het tenminste warm.”

Jules Krind en Cornely Keerveld – Krind, de ouders van Humphrey Krind.

Krind is 34 als hij naar Nederland vertrekt. In Paramaribo werkt hij als automonteur. „We hadden het goed in Suriname, maar in Nederland zou alles beter zijn.” In Amsterdam zoekt hij een vergelijkbare baan. „Ik had mijn kinderen beloofd dat als ik hier werk vond, zij ook naar Nederland zouden komen.” Op 11 februari 1974 komen zij over.

Jules Krinds zoon, Humphrey (64), vindt de Bijlmer als twaalfjarige in het begin maar niks. „In Suriname waren de huizen verbonden met buiten. In Amsterdam moest ik eerst een lift in om naar buiten te kunnen. Ik had nog nooit van een lift gehoord.”

Niet alleen de omgeving is anders. „In Nederland werden velen voor het eerst in hun leven gediscrimineerd,” zegt Humphrey Krind. Werk en huisvesting vinden was moeilijk en Surinamers worden geregeld geweerd uit discotheken. De pensions zitten overvol. „We konden geen kant op met z’n allen.”

„Dus wat deden we? We zorgden zelf voor woningen. We maakten onze eigen discotheek.” Een groep Surinamers besluit delen van de Bijlmer te kraken, vooral de Gliphoeve-flats waar al veel Surinamers wonen, zoals Jules en Humphrey Krind. Meer dan een schroevendraaier en een riem is er niet voor nodig. „Je stapt op iemands schouder en klimt door het keukenraam. Als je eenmaal binnen bent, kunnen ze je er niet meer uit zetten.”

Humphrey Krind (rechts) in 1978 met vrienden op het Kwakoe-veld Amsterdam.

„Leegstaande woningen werden door de krakers ingenomen. En ook bij ons thuis kwamen steeds meer mensen wonen. Regelmatig sliepen hier twintig mensen tegelijk. Dat was gezellig.” Pas als je officieel op een adres staat geregistreerd, krijg je een uitkering. „Op een gegeven moment belde de sociale dienst dat er geen mensen meer bij ons mochten worden ingeschreven”, zegt Jules Krind. „Toen zei ik: ik luister pas als jullie voor huisvesting zorgen. Dat kwam er niet. Zo werd de Bijlmer onbedoeld Surinaams.”

The place to be

Exotisch fruit, verse roti, live muziek van ‘The Funmasters’, gokhuizen en een discotheek die het hele weekend open was: de Bijlmer wordt ‘the place to be’ voor Surinaamse nieuwkomers. „Wát een feesten waren het”, zegt Humphrey Krind. Mensen die klagen over overlast krijgen een drankje aangeboden. Volgens Krind was de Gliphoeve „een plek waar je je Surinaams kon voelen in een vreemd land. Mensen voelden zich hier thuis. Er heerste een sterk gemeenschapsgevoel. Hier hadden ze een vangnet.”

In 1975 wordt de eerste Kwakoe georganiseerd: een (toen nog) kleinschalig voetbaltoernooi tussen de flats van de Bijlmermeer. „Kinderen die geen geld hadden om op vakantie te gaan of om leuke dingen te doen, konden zo toch een leuke zomer hebben.” Een paar jaar is de Gliphoeve een fijne plek om te wonen. Tot het verval intreedt.

Humphrey Krind op het Kwakoe-veld in 1978.

In het centrum is de Zeedijk in de jaren zeventig het centrum van de heroïnehandel. Vooral Surinaamse mannen, vaak afkomstig uit de pensions in de buurt, verkopen er. Onder hun eigen ‘landgenoten’ vinden ze een vaste klantenkring. „In het begin wist bijna niemand wat de gevolgen van heroïne waren”, zegt Humphrey Krind. „Later werd het ook een vlucht. Een verzachting voor de pijn van het weggaan uit Suriname, een manier om met Nederland te dealen.”

Uiteindelijk wordt de drugsproblematiek in de binnenstad aangepakt. Dealers en gebruikers worden er niet langer geduld. „Maar de metrolijn was net open”, zegt Daan Dekker. Vanaf 1977 rijdt er een directe lijn van de Nieuwmarkt, naast de Zeedijk, naar de Gliphoeve. „Gebruikers en dealers namen gewoon de metro naar de Bijlmer. Daar werd weggekeken.”

Humphrey Krind ziet zijn buurt veranderen. „Er kwam een gebruikersbus waar mensen ongestoord en ongecontroleerd konden gebruiken. Onze deur stond altijd open, iedereen kon binnenlopen. Maar op een dag werd er bij ons ingebroken. Door iemand die we kenden, maar hij gebruikte inmiddels.” Wie het kan betalen vertrekt naar plekken als Almere. De rest blijft achter en ziet vrienden en familie soms verslaafd raken. „Het was een giftige cocktail”, vertelt Dekker. „Nieuwkomers raakten snel in de problemen en voor dealers was de modernistische Bijlmer een ideale, anonieme omgeving.” De Gliphoeve wordt een bekende plek voor de heroïnehandel. Verslaafden hangen op straat of in garageboxen.

De Bijlmer nu

Inmiddels ligt de Bijlmer er heel anders bij. „De jaren tachtig en negentig waren verdrietige jaren voor de Bijlmer. Mensen konden er heus prettig wonen, maar de problemen kun je niet ontkennen”, zegt auteur Dekker. „De straten waren vervuild. Door criminaliteit kreeg de Bijlmer een slecht imago: dat was moeilijk terug te draaien.”

Begin jaren negentig wordt besloten het stadsdeel groots aan te pakken, uiteindelijk vormt de Bijlmerramp in 1992 een keerpunt. Van de kenmerkende honingraatflats wordt 60 procent gesloopt. Het beroemde grootstedelijke ontwerp moet plaatsmaken voor straten met rijtjeswoningen: laagbouw met tuinen. Er komen meer koopwoningen, „waardoor mensen meer eigenaarschap over hun woning voelden.”

„Op architectonisch gebied was de grootschalige sloop jammer, maar het heeft de Bijlmer veel goeds gedaan”, vertelt Dekker. Nieuwe voorzieningen zoals de Johan Cruijff ArenA en de Ziggo Dome worden bewust in Zuidoost geplaatst en zorgen voor werkgelegenheid en bezoekers.

De beruchte Gliphoeve is tijdens deze stadsvernieuwing niet gesloopt, maar voor 49 miljoen gulden opgeknapt. De naam Gliphoeve is wel veranderd. Inmiddels liggen de flats, Geldershoofd en Gravestein, er rustiger bij. „Er is nog wel wat sociale problematiek”, vertelt Dekker. „Maar het is hier echt veranderd. De Bijlmer is volwassen geworden.”

Veel mensen met wie Humphrey Krind woonde, zijn uiteindelijk uit de Bijlmermeer vertrokken. „Door de grote renovaties is het hier duurder geworden, maar ook gemengder. Dat had even tijd nodig, maar het doet me goed.”

Humphrey Krind woont sinds een aantal jaar in Groningen. „De Bijlmer is heel belangrijk voor mij, maar op een gegeven moment was het klaar. Ik heb een munt opgegooid met de vraag: weg of blijven. Het werd weg.” Zijn vader Jules is bijna geïnstalleerd in zijn nieuwe woning: „Toch woonde ik in de Gliphoeve fijner. Het was ruimer en ook meer vertrouwd.” Over de vraag of hij, na vijftig jaar, nog vaak aan Suriname denkt, hoeft hij niet na te denken. „Altijd. Hier in de Bijlmer is het fijn, maar toch mis ik Suriname elke dag.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next