Financiële educatie Veertien leerlingen van De Bloeiwijzer krijgen ‘geldles’, naast het vaste rekenen met euro’s. „Het zou veel beter zijn als deze kinderen leren dat als je 50 euro te besteden hebt, je geen 100 euro kan uitgeven.”
Eurowijsdirecteur Hilde Krens laat zien aan klas MBA van De Bloeiwijzer in Amstelveen hoe je kan zien of een biljet echt is of niet.
Het lukt niet alle veertien leerlingen in klas MBA van De Bloeiwijzer in Amstelveen om steeds een ‘stille vinger’ op te houden tijdens de les deze woensdagochtend − een stille vinger is een vinger opsteken zonder er meteen iets bij te roepen. Dat komt waarschijnlijk door enthousiasme: deze ochtend krijgen de drie meisjes en elf jongens een andere les dan normaal. Over geld. Over hoe je betaalt. En die les wordt ook nog eens niet gegeven door de eigen juf, maar door een gast: Hilde Krens van Eurowijs.
Bij de eerste opdracht voor de klas gaan veel, niet zo stille, vingers omhoog: welk land heeft een dier op zijn 1-euromunt staan? De kinderen hebben allemaal een placemat gekregen met daarop de munten van 26 eurolanden − nieuwste lid Bulgarije komt er op de volgende druk bij.
De leerlingen gaan snel de munten af. „Kroatië!” roept de eerste: die heeft de marter gespot. „Litouwen” is met de ridder te paard de tweede. De derde zegt Duitsland, want een adelaar − en de vijfde ook, omdat die de derde niet had verstaan door al het enthousiaste geroep. De Griekse uil zit tussen die twee. En dan tot slot spot iemand de vogels op de Finlandse euro.
Krens is in Amstelveen op De Bloeiwijzer op uitnodiging van een van de twee leerkrachten van MBA, Bianca Kaneman. Ze kennen elkaar al een paar jaar; Kaneman heeft de Eurowijslessen op eigen initiatief al vaker gegeven aan haar klassen.
Het niveau van MBA komt ongeveer overeen met groep 5 van een reguliere school, maar in de klas zitten naast leerlingen van 8 en 9 ook kinderen van 10 jaar oud. De Bloeiwijzer is namelijk een school voor speciaal basisonderwijs. Kinderen leren hier wat moeizamer, bijvoorbeeld door concentratieproblemen. En dus worden klassen meer ingedeeld op niveau dan op leeftijd.
De lichtblauwe placemats, met euromunten aan de ene zijde en spelletjes aan de andere zijde, zijn meegenomen door Krens. Net als een boekje met negen opdrachten. Op het interactieve schoolbord laat ze ook nog filmpjes zien, over hoe munten en biljetten gemaakt worden, hoe je geld kan verdienen met klusjes doen en op welke manieren je kan betalen: met cash, pas en telefoon. En horloges − maar niet élk horloge. Alleen smartwatches. Krens: „Favoriet is altijd het filmpje met de boef die met een biljet van 32 euro heel veel snoep wil kopen.” Een domme boef, is iedereen het over eens.
Het materiaal voor de geldlessen van Eurowijs is gratis.
De kinderen mogen van Krens voor het bord zelf de opdrachten nakijken. „Wel met je gezicht naar de klas!”, zegt ze tegen ‘meesters’ Rayan, Nethanel en Eléna, die naar voren mogen komen bij een oefening om munten en biljetten op te tellen. En om die vervolgens als prijskaartje op te schrijven: twee euro’s en twee 20 centmunten maken ‘4 komma 40’. Ook de moeilijkste gaat bij de meesten goed: drie keer een 50 centmunt met een tientje maakt 11,50.
De Eurowijsles die aan MBA wordt gegeven zou op een reguliere school worden gedaan bij groep 4. Kaneman: „En je zag nog dat de aandachtspanne te kort was.” De negen opdrachten uit het boekje worden dan ook niet afgemaakt, dat doet de klas later.
Financiële lessen zijn geen verplicht onderdeel van het curriculum in Nederland. Wel optellen en aftrekken van bedragen − dat heeft klas MBA net gedaan, dus dat gaat ze goed af. „Ja, ze leren rekenen”, zegt Kaneman buiten de klas, als de kinderen na de pauze het Sinterklaasjournaal kijken tijdens het fruitmoment. „Leuk, denk ik dan, maar daar hebben deze kinderen hun telefoon later voor op zak. Het zou veel beter zijn als deze kinderen leren dat als je 50 euro te besteden hebt, je geen 100 euro kan uitgeven.”
Budgetteren, leren wat vals geld is, leren dat een geldezel of katvanger zijn voor een ‘vriend’ een slecht idee is, oftewel leren omgaan met geld, dat is geen verplichte kost op basisscholen. Krens: „Terwijl kinderen zó een geldezel zijn. Zeker deze kwetsbare en gemakkelijker beïnvloedbare kinderen.” Geldezel zijn – het door een crimineel laten gebruiken van je bankrekening – is op niveau 4 nog geen onderwerp, maar wel voor de hoogste klassen van de basisschool. Dan hebben veel kinderen namelijk al een bankrekening.
Dat omgaan met geld ontbreekt in het verplichte lesmateriaal, is volgens Krens een echt hiaat in het Nederlandse onderwijs. Het was voor haar de reden om in 2013 onder de vleugels van de Volksbank (wat nu ASN Bank is) Eurowijs op te richten. Inmiddels staat Eurowijs als ANBI-stichting, grotendeels een onewomanshow, op eigen benen. ASN is nog wel partner, net als verzekeraar ASR en drukkerij Koninklijke Van der Most.
De placemats en boekjes die Eurowijs verstrekt zijn dan ook gratis. Scholen en leerkrachten kunnen er zelf mee aan de slag − maar af en toe geven Krens of medewerkers van betrokken partners een gastles. Naast speciaalonderwijsscholen kunnen basisscholen aankloppen voor de placemats, boekjes en filmpjes, al vanaf groep 1/2. Ook voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs is er materiaal.
Dit jaar zegt Krens 300.000 kinderen te bereiken, waarvan zeker 10 procent uit het speciaal onderwijs. Kaneman, die al acht jaar gebruikmaakt van het materiaal, snapt dat goed: „Het is aantrekkelijk, kleurrijk en prettig dat het ook fysiek materiaal is. En niet onbelangrijk: het is gratis.”
Maar: er zitten elk jaar meer dan 2 miljoen kinderen op school, en of een klas of school bij Eurowijs aanklopt, is afhankelijk van de leerkracht of de schooldirecteur.
Er zijn meer initiatieven om financieel onderwijs van de grond te krijgen. Zo is er de Week van het Geld in maart. Die wordt georganiseerd door Wijzer in Geldzaken, een platform dat een initiatief is van het ministerie van Financiën en mede mogelijk wordt gemaakt door de koepelorganisaties van banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Allemaal hoge piefen van die financiële instellingen komen tijdens die week gastlessen geven. Scholen werken dan regelmatig met Eurowijsmateriaal – zoals de andere De Bloeiwijzer-klassen. Wijzer in Geldzaken heeft ook zelf materiaal op geldlessen.nl staan.
Wijzer in Geldzaken lobbyt voor een permanentere plek in het curriculum, net als budgetplatform Nibud. Dat heeft wel geleid tot een subsidie voor scholen om financiële educatie te organiseren, maar waarschijnlijk blijft het daarbij. Krens snapt dat ook wel. „Er zijn heel veel wensen: gezonder eten, meer bewegen. Niet alles kan je vastleggen in het curriculum.”
Klas MBA komt uiteindelijk tot opdracht vier: tel het geld in de kluis en reken uit hoeveel euro het is. Aangezien de leerlingen óók net hebben geleerd hoe je vals geld kan ontdekken, komt een aantal tot het juiste bedrag van 20 euro. Een jongetje schuift, als hij hoort van de twee valse eurobriefjes van 5 in de kluis – herkenbaar aan het verkeerde gebouw op het biljet – gefrustreerd zijn stoel naar achteren. Maar al heel snel herpakt hij zich, schuift weer aan en pakt zijn gum.
Nethanel (links) heeft thuis een spaarpot
„Ik heb al eerder zo’n les over geld gehad. Daar wist ik nog van dat 50 cent plus 50 cent 1 euro is. Ik heb wel eens met een pas betaald, dat mocht van mijn oma. Toen heb ik mijn eigen appelsap afgerekend.
„Ik heb thuis een spaarpot, van Harry Potter. Daar zit 2 euro in en nog wat kleine muntjes. Ik spaar voor een racebaan met autootjes. Ik doe wel klusjes om wat extra spaargeld te krijgen. Dat doe ik dan met mijn broer. En je moet goed zoeken op straat! Gisteren vond ik nog 10 cent op de stoep. Die heb ik niet meteen uitgegeven, nee. Die zit nu in mijn spaarpot.”
Eléna (hartjestrui) wil graag een knuffel kopen
„Ik heb thuis wel muntjes, maar die vergeet ik vaak mee te nemen naar de winkel. Dus dan vraag ik aan mijn moeder of ik iets mag, en dan betaalt zij. Ze zegt meestal geen nee. Ik bewaar die muntjes in een spaarpot, een varken. Daar doe ik mijn zakgeld in. Ik hou heel erg van Paw Patrol, Elsa en Mickey Mouse, daar zou ik wel een knuffel van willen kopen. En ik wil graag een nieuwe pen.
„Ik vraag wel eens of ik mag betalen met de pas van mijn moeder. Dat mag dan, dan houd je de pas er zo tegenaan, tot het piepje klinkt. Ik weet ook wel de pincode. Maar die ga ik niet vertellen!”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC