Dit las ik, en het had meteen mijn sympathie: „Ik zie mezelf als overtuigd links-liberaal.” Ooit was het een gebruikelijke combinatie. Het is een citaat van de auteur Timor El-Dardiry, hij schreef het essay dat dit jaar de winnaar werd van alweer de vierde editie van de Anil Ramdas Essayprijs. Het staat afgedrukt in de Groene Amsterdammer.
De schrijver is van gemengde komaf, Nederlands-Egyptisch, met een vader die moslim is en een moeder die van huis uit katholiek was en zich later bekeerde tot de islam. Zo schetst hij zijn jeugdjaren „in een kerkdorpje aan de Maas: het gezin van carnaval en bedevaart naar Mekka, het gezin van kerstpudding en ramadan.”
Ook hier is de essentie de ‘gemengde ervaring’, als het niet zo tegenstrijdig zou klinken. Onmiskenbaar Nederlands, met nog wat andere invloeden die voor hemzelf een vanzelfsprekend geheel vormen, maar die door een aantal Nederlandse politieke partijen omringd worden door sluiers van achterdocht.
‘Links-liberaal’: een tijdje geleden kon dat nog van alles zijn, het GroenLinks onder Femke Halsema, D66, maar ook delen van de VVD onder Mark Rutte. Ik heb van oudsher een zwak voor mensen die het ‘liberale’ noemen als deel van hun politieke visitekaartje, al is het me niet ontgaan dat de bandbreedte van het liberalisme in Nederland flink is afgenomen, vooral door toedoen van de huidige VVD, waarvan het steeds duidelijker wordt dat daar sociaal- en links-liberalisme geen onderdak kunnen vinden.
Ik heb geen idee of El-Dardiry lid is van een politieke partij, en welke dat zou zijn, en dat doet ook niet af aan zijn betoog:
„In Nederland moeten liberalen beseffen dat zij net als in de VS in de verdediging zijn gedrongen. Dat de krachten die verandering willen niet langer aan hun kant staan. Dat ze zich moeten richten op het behoud van verworvenheden, omdat de open samenleving op het spel staat. Dat ze, tegen wil en dank, conservatief zijn.”
Hier wordt de terugslag beschreven, als bij een geweer, die de gestage groei van radicaal- en extreemrechts heeft op het politieke landschap. Liberalen die willen redden wat er te redden valt, van de democratische rechtsstaat, van de burgerlijke vrijheden, waaronder ook die van godsdienst. Van de weeromstuit opereren ze behoudzuchtig, vanuit het defensief.
Dat D66 bij de laatste verkiezing nipt de grootste partij is geworden, is een troost, maar een schrale troost, omdat het een partij is met veel in-en uitvliegend kiezersvolk. Volatiel, met ook een hoog risico van neergang. Remigratie en het complotdenkersidee van ‘omvolking’ worden serieus overwogen door een fors deel van de Tweede Kamer, dat D66 in zeteltal met gemak overstemt. Gematigde en progressieve partijen zijn vooral bezig de boel te redden. Het initiatief lijkt hun te zijn ontnomen – en dat voor partijen die op de lange termijn inzetten en het van nieuwe ideeën moeten hebben.
Timor El-Dardiry: „Ik heb nooit begrepen waarom de zelfbenoemde hoeders van onze cultuur niet harder worden aangepakt op deze tegenstrijdigheid: als onze beschaving superieur is, waarom hebben zij er dan zo weinig vertrouwen in.” De auteur concludeert dat „de rechts-populisten […] een anti-Nederlandse beweging vormen”.
Een begrijpelijke tegenzet: ook Rob Jetten heeft de Nederlandse vlag als het ware teruggekaapt van radicaal-rechts.
Maar links-nationalisme, of vooruit, progressief patriottisme als antwoord op de uiterst rechterflank? Grondwet, rechtsstaat en de democratische instituties als uithangborden? Die zaken zijn niet ‘typisch Nederlands’, gelukkig maar. De kwestie is dan de Nederlandse kiezers warm te krijgen voor de internationale rechtsorde.
Ik voorzie vooralsnog geen massale bijval.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC