Home

Vogelgriep houdt Dierenambulance in Amsterdam bezig: ‘Het is verdrietig werk. Onze vrijwilligers willen dieren helpen, niet dieren ruimen’

Vogelgriep Nog nooit trof vogelgriep in Europa zoveel wilde vogels als dit seizoen. Ook bij de Dierenambulance in Amsterdam zien ze een toename, wat een wissel trekt op de dienstverlening én moeilijk is voor de vrijwilligers. „Als we zo’n twijfelgeval hebben, kan ik daar echt wakker van liggen.”

Medewerkers van de Dierenambulance haalt een dode vogel uit het water in de buurt van Ransdorp bij Amsterdam.

De grauwe gans ligt aan de overkant van de sloot op zijn buik in het water. Het kopje net op de kant, tussen het riet. Het weiland aan die kant van het water is afgesloten voor mensen en dus overleggen Bernice van Kooten en Wouter Vanhaeren van Dierenambulance Amsterdam hoe ze de watervogel, waarschijnlijk gestorven aan de gevolgen van vogelgriep, vanaf het fietspad weg kunnen halen. En dit is pas de eerste vogelgriepstop van deze zondag.

„De laatste weken hebben we heel veel gevallen van vermoedelijk vogelgriep”, zegt Vanhaeren, terwijl hij en Van Kooten met ducttape stalen stokken met daaraan een haak aan elkaar bevestigen. „Je moet creatief zijn.” Uiteindelijk lukt het ze daarmee de gans naar zich toe te trekken. In de ambulance trekt Van Kooten een witte schort en blauwe handschoenen aan, trekt hoesjes over haar schoenen en doet een veiligheidsbril en een mondkapje op – dan pas pakt ze de gans uit het water om het dier in twee vuilniszakken op te bergen. In de ambulance zit een apart vak, dat dicht kan met een rolluik. ‘Kadaverhok’, staat erboven. Dan is het door naar de volgende gans, in Holysloot.

Toename

Nog nooit trof vogelgriep in Europa zoveel wilde vogels als dit seizoen, bleek vorige week uit een tussentijds verschenen rapport van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Die telde ruim 1.400 besmettingen onder overleden wilde vogels sinds het begin van dit vogelgriepseizoen – meer dan ooit, zelfs twee keer zoveel als het ‘piekjaar’ 2022. En het einde is nog niet in zicht.

„Sinds oktober zien we een toename”, zegt Martijn van der Weerd, directeur van Dierenambulance Amsterdam aan de telefoon. „Het komt vooral voor bij watervogels, met name de grauwe gans, meeuwen, sternen en zwanen.” Ze krijgen zo’n drie meldingen per dag, maar het wisselt. „Het zijn vermoedens, want als een dier al overleden is kunnen we het nog maar moeilijk vaststellen.”

Als de vogel nog leeft, vertoont die herkenbare verschijnselen die duidelijk wijzen op vogelgriep. Het zijn klassieke griepverschijnselen: de dieren zijn hangerig en verzwakt, hebben last van snot en diarree, ze trillen en vertonen soms neurologisch vreemd gedrag. Dat laatste zag ook de mevrouw die een gans heeft gemeld in Over-Diemen, stop drie. Vanaf haar woonboot zegt ze: „Ik zag hem rondjes zwemmen op de plas, toen dacht ik al: o jee, dat ziet eruit als vogelgriep.” In de sluis ligt er nog één, zegt ze. En bij een tweede sluis, zo’n honderd meter verderop, liggen drie dode meerkoeten in het water. „Daar moeten we Waternet voor bellen”, zegt Vanhaeren. „Daar kunnen we écht niet bij.”

Vrijwilliger Wouter Vanhaerenvan de Amsterdamse Dierenambulance helpt collega Bernice van Kooten met het aantrekken van beschermende kleding.

Mazzel

Het klinkt cru, maar eigenlijk is het „mazzel” dat de vogels vandaag allemaal al gestorven zijn, zegt Vanhaeren. Als een vogel nog leeft, is het een ander verhaal. Die vangen ze en vervoeren ze naar een dierenarts, bij twijfel wordt het dier geëuthanaseerd om verspreiding te voorkomen. „Pas had ik zo’n verdrietig geval”, zegt Van Kooten, sinds twee jaar vrijwilliger bij de Dierenambulance. „Een man belde over een zwaan die al twaalf jaar bij zijn huis verblijft, die hij dus ook echt kende. Het was 100 procent duidelijk dat het vogelgriep was, hij had zoveel snot. En hij was zelfs een soort aan het klappertanden, maar dan met zijn snavel.”

Ergens is het wel fijn als het zo duidelijk is, zegt Vanhaeren. „Als het een twijfelgeval is kan ik daar echt wakker van liggen.”

Los van het verdriet, is het ook veel meer werk. Een levende vogel verspreidt aerosolen. Dat betekent dat na een rit met een vogelgriepgeval de hele ambulance „van top tot teen” ontsmet moet worden. „Alles maar dan ook echt álles moet eruit, schoonmaken met sop, dan een speciale ontsmettende vogelgriepspray die een halfuur moet blijven zitten en dan nog een sopje om het af te doen.” Alles bij elkaar zijn ze er makkelijk een uur mee bezig. „Het trekt een wissel op de dienstverlening, want het betekent dat die ambulance dan geen andere ritten kan doen.”

Virusbestrijding

Het is natuurlijk het vervelendst voor de dieren, maar ook voor de vrijwilligers is het moeilijk, zegt Van der Weerd. „Het is heel verdrietig werk. Onze vrijwilligers willen dieren helpen, niet dieren ruimen.” En daar komt, hoewel het virus nog niet vaak op mensen is overgesprongen en dan alleen met milde klachten, toch een stukje risico bij kijken. „Daarbij blijft het toch enigszins vreemd dat dit aan ons wordt overgelaten. We doen het, voor de dieren, maar ondersteuning of sturing vanuit de landelijke overheid is er niet of nauwelijks.”

Medewerkers van de Dierenambulance halen een dode vogel uit het water in Holysloot, bij Amsterdam.

Wie op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteiten kijkt, leest dat ze „een handleiding speciaal voor medewerkers van de Dierenambulance en Dierenbescherming” hebben opgesteld. Het is wonderlijk dat Dierenambulances nu, samen met de Dierenbescherming, verantwoordelijk zijn voor het bestrijden van een virus en het voorkomen van een nieuwe zoönose, zegt Van der Weerd. Hij vraagt zich in toenemende mate af of er wel echt geleerd is van de coronapandemie.  

Bij Van der Weerd stijgt ook de irritatie over het aanwijzen van „de wilde vogel als dader en zondebok”. Dat lijkt me de omgekeerde wereld, zegt hij. „De ernstig ziekmakende variant van vogelgriep is ontstaan vanuit de pluimveehouderij, níét vanuit de wilde vogel. Zij zijn slachtoffer van iets dat door de mens ontstaan is, niet andersom.”

Hij is zich ervan bewust dat het in stedelijk gebied in verhouding tot andere delen van het land nog wel meevalt. „In de uitbraak van 2022 was het met name in Zeeland, Noord-Oost-Groningen en aan de kust bij Den Haag heel erg. Daar liepen de mensen op het strand tussen de overleden dieren.” En dit is nog fase één, zegt hij. „Bij fase twee zien we ook roofvogels en zoogdieren die zieke dieren hebben gegeten. Maar daar lijken we gelukkig nog niet te zijn.”

Wie in een gebied woont met veel watervogels, doet er goed aan zijn kat binnen te houden, zegt Vanhaeren. „Dat zou ik doen in elk geval, het is zo besmettelijk.” Terug op het hoofdkantoor op de Middenweg, in Amsterdam-Oost, worden de goed ingepakte vogelgriepkadavers uit de ambulance gehaald. Van Kooten tilt ze naar de koelcel waar tussen de kadaverkliko’s aparte vogelgriepkliko’s staan. Ze rilt als ze eruit loopt. „Ik kan maar niet aan deze geur wennen.” Hopelijk is de volgende dienst niet weer alleen maar vogelgriep, zegt ze. „Dan word ik misschien toch een beetje depressief.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next