is columnist van de Volkskrant.
Tijdens een recent bezoek aan China vroeg Robin Harding, de Azië-redacteur van de Financial Times, aan zijn Chinese gesprekspartners welke producten China in de toekomst van de rest van de wereld zou willen kopen. Toen die niet verder kwamen dan sojabonen en ijzererts (die Europa niet produceert), concludeerde Harding dat China handel onmogelijk maakt.
Een halve eeuw geleden dreven we nauwelijks handel met China, en er waren weinig mensen in het Westen die daar wakker van lagen. We hadden China niet nodig. Nu China ernaar streeft om onafhankelijk van het Westen te worden, is de wereld opeens te klein. Als China niets van ons wil kopen, hoe kunnen wij dan met China handelen? Volgens Harding is dat laatste geen dreigement maar een simpele constatering.
Het Westen denkt nog steeds dat het onmisbaar is als afzetmarkt voor China en een kwart eeuw geleden was dat ook het geval. Maar inmiddels is het Westen niet meer onmisbaar. De landen die deelnemen aan het Chinese Belt and Road Initiative nemen meer dan de helft van de buitenlandse handel met China voor hun rekening en hun aandeel neemt snel toe.
Bovendien heeft China een binnenlandse afzetmarkt van 1,3 miljard consumenten, die samen koopkrachtiger zijn dan de 500 miljoen Europeanen in de EU en het VK. Die kaart houdt president Xi Jinping achter de hand. De consumptieve bestedingen, uitgedrukt als percentage van het bbp, zijn in China veel lager dan in het Westen.
In plaats van de binnenlandse consumptie te stimuleren, geeft de Chinese overheid vele miljarden overheidssteun aan bedrijven die gespecialiseerd zijn in zonnepanelen, elektrische auto’s en AI om het land nog concurrerender te maken. De genadeloze concurrentie waaraan bedrijven in China blootstaan, creëert nationale kampioenen die hun buitenlandse rivalen verpletteren.
Bovendien wil China, volgens het laatste plenaire communiqué van de Communistische Volkspartij, inzetten op de industrieën van de toekomst. China telt nu al 58 satellietbouwers, 30 raketbedrijven en meer dan 60 fabrikanten van humanoïde robots. De overcapaciteit die wordt gecreëerd in eigen land, eindigt als dominantie in het buitenland.
Nobelprijswinnaar Robert Samuelson waarschuwde in 2004 al dat als China de innovatiekloof met het Westen zou weten te dichten, handel met China nadelig zou worden voor ons. Samuelson werd destijds gezien als een Cassandra en zijn ideeën weggewuifd als onrealistisch. Maar wat weinig mensen twee decennia geleden nog voor mogelijk hielden, is al gebeurd.
China heeft de innovatiekloof met het Westen gedicht. Volgens de denktank Australia Strategic Policy Institute (ASPI) domineert China wereldwijd in 89 procent van het onderzoek naar baanbrekende technologieën; Europa in slechts 2 procent. Alleen op het gebied van big tech hebben de Verenigde Staten nog een voorsprong.
De vraag hoe wij met China kunnen handelen, als China niets van ons wil hebben, is dus geen dreigement aan China maar een noodkreet van Europa. Wij zijn van China afhankelijk voor kritieke grondstoffen, batterijen, zonnepanelen, geneesmiddelen, elektronica en halfgeleiderketens. Straks zijn we ook van China afhankelijk voor satellieten, raketten en robots.
Volgens Harding ligt de oplossing bij Beijing, dat structurele belemmeringen voor binnenlandse consumptie weg moet nemen en een einde maken aan de miljarden subsidies en leningen die het aan de industrie verstrekt. Dat zou ook goed zijn voor de Chinese bevolking, wier levensstandaard wordt opgeofferd om het land concurrerender te maken.
Om te begrijpen waarom Xi Jinping daar niet voor kiest, moet je naar het verleden kijken. Tijdens de eeuw van vernedering werd China gedomineerd door buitenlandse grootmachten. De Britten dwongen de Chinezen tijdens de Eerste Opiumoorlog om opium te importeren om het tekort op de Britse handelsbalans terug te dringen, wat in China tot sociale ontwrichting leidde.
Dat maakt het extra pijnlijk dat uitgerekend een Britse journalist, kennelijk zonder veel historisch besef, China verwijt dat het niets van ons wil kopen. Het narratief dat Chinezen bindt, is niet toekomstgericht zoals de American Dream dat is, maar heeft als kern een gedeeld glorieus verleden dat hersteld moet worden. China wil nooit meer afhankelijk zijn van buitenlandse mogendheden maar zelf domineren.
Hoewel het Chinese narratief niet direct revanchistisch kan worden genoemd, zal president Xi het niet erg vinden om het Westen bitterheid te laten eten.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant