Geronimo Comvalius woonde de eerste vijf jaar leven bij zijn oma in Suriname, en hij was haar prinsje. Toen zij in 2016 overleed, was dat een zware klap. ‘Als ik naar haar toe was gegaan, was het misschien anders gelopen.’
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Geronimo Comvalius (29, acteur en influencer): ‘Voor jongens zoals ik, die hier in de Bijlmer opgroeien, lijkt het alsof je maar drie uitwegen hebt: voetballer worden, rapper worden of de criminaliteit in gaan. Ik heb tien jaar lang alles ingezet op het voetbal, van mijn 16de tot mijn 26ste. Toen moest ik wel accepteren: het gaat ’m niet meer worden. Maar ja, wat moet je dan?
‘Dat mijn acteercarrière nu van de grond begint te komen is vet, maar het heeft even geduurd. Ik speel een hoofdrol in de film Zwijgrecht, over jongens die in de drugscriminaliteit terechtkomen als uithaler. Nee man, ik ben zelf nooit in die verleiding geweest, maar ik ben er wel een vriend aan verloren, ik ken dat wereldje van dichtbij. Vroeger voetbalde ik altijd met hem op straat. Ik noem zijn naam niet, voor zijn privacy, maar het was met hem altijd lachen, gieren, brullen. We deelden een passie voor snelle auto’s, Audi’s, Cupra’s, GTI’s, we scheurden op BMX-jes en minibikes, kleine motoren, door de wijk. Later reed hij in een Audi RS3, kwam hij me ophalen en ging ik met hem mee. Hij zei altijd tegen mij: ‘Bro, ik zie in jou veel potentie om iets van je leven te maken. Ik wil je goed zien, zorg dat je niet in deze wereld belandt.’
‘Het was in 2019 dat ik een krantenartikel van mijn nichtje kreeg doorgestuurd over een liquidatie. Ik kon het niet geloven, maar het werd massaal gedeeld op Snapchat en toen ik naar buiten ging, naar het pleintje waar we altijd hingen, zag ik dat iedereen aan het rouwen was. Als ik daar nu nog weleens kom, dan is het er zo leeg. Het heeft tijd gekost om het te verwerken. Soms ga ik met mijn nichtje, die hem ook goed kende, naar zijn graf en dan leggen we daar een bloemetje neer. Zijn broer ken ik ook, die steunt mij in alles. Die vindt het fantastisch wat ik heb bereikt.
‘Ik ben geboren hier in Amsterdam-Zuidoost, bij mijn vader, moeder en drie oudere broers, maar ik ben de eerste vijf jaar van mijn leven opgegroeid in Suriname, bij mijn oma. Mijn ouders waren altijd heel hard aan het werk, dit leek ze beter voor mij. Mijn oma was mijn alles. Ze is er helaas niet meer, maar ik was haar prins. Ik mocht alles, het was elke dag feest. En hoewel ik nog maar klein was, kan ik me veel van die tijd herinneren: dat er elke ochtend een broodje ei en een kopje thee voor me klaarstond bijvoorbeeld, dat ik in Suriname veel vriendjes had met wie ik altijd buiten speelde. De bruine bonen van mijn oma vond ik het lekkerste wat er bestond.
‘Mijn oma had een zeker... regime wil ik het niet noemen, maar ik luisterde wel naar haar, ze was een statige vrouw. Ik was dan wel haar prinsje, zij was de koningin. Later, toen ik weer bij mijn ouders woonde, kwam ze geregeld naar Nederland. Dan nam ze me overal mee naar toe, naar ooms, naar nichten, ik ging mee uit logeren. Ik was een soort kleine bodyguard voor haar. Kijk, hier is haar ID-kaart met haar foto. Die draag ik altijd bij me, elke dag denk ik nog aan haar.
‘Mijn oma zei altijd: je kunt alles worden wat je wil, als je er maar tijd en energie in steekt. En als je durft te falen, dat zei ze erbij. Ik ben mijn tijd en energie in het voetbal gaan steken. Niet direct toen ik terug in Nederland was, toen was ik meer met de Playstation bezig, waar ik nooit op mocht van mijn broers. Maar als ik buiten op straat ging voetballen, merkte ik: hé, ik doe helemaal niet onder voor de andere jongens. Zou ik het niet kunnen halen als prof?
‘Ik ben begonnen in de jeugdopleiding van SV Argon, deed voetbalstages in Italië en Amerika en op het laatst had ik een dienstverband bij Atlético Benidorm. Maar van alle mooie beloftes daar kwam weinig terecht. Mijn grootste concurrent was het zoontje van de president, dan sta je al met 4-0 achter. Uiteindelijk ging de club failliet, werden wij spelers niet meer betaald en ben ik vertrokken uit Spanje, terug naar Amsterdam, waar ik inmiddels twee kinderen had. Mijn zoon is nu 8 en mijn dochter is 7, ze doen aan kickboksen en voetbal. Topsporter worden, leg ik ze nu uit, is maar voor weinigen weggelegd. Ik moest op mijn 26ste realistisch zijn: het is een keiharde business, geen club ging nog geld aan me verdienen, de droom was voorbij.
‘Ik heb een normale baan genomen, bij een autoverhuurbedrijf. Lachen hoor, gingen we joyriden met die auto’s als ze werden ingeleverd, ik heb er best een leuke tijd gehad. Maar ik heb altijd geweten dat er voor mij méér in zat dan een normale baan, ook toen ik nog vmbo-kader deed. Dus ik ben begonnen met filmpjes en sketches op Instagram en TikTok te zetten. Ik speel bijvoorbeeld een typetje van een Surinaamse oom, Guno. Sommige van die filmpjes halen een half miljoen views en duizenden likes. Dan gaan merken je benaderen en daar kun je lekker betaald voor krijgen, dat begint allemaal te lopen. Nu volg ik acteerlessen en workshops, ik kreeg die rol in Zwijgrecht en ik doe zelfs een project met topregisseur Michael Middelkoop, die twee Gouden Kalveren heeft gewonnen. Zwijgrecht was echt een springplank; je opent deuren voor jezelf.
‘Mijn oma is in 2016 overleden. Dat was een zware klap. Ik voelde me ook schuldig, omdat ze in Suriname eigenlijk aan verwaarlozing overleden is. Ze was suikerpatiënt, kon niet meer goed voor zichzelf zorgen en nam haar medicijnen niet op tijd. Als ik naar haar toe was gegaan, was het misschien anders gelopen. Daar heb ik het zo moeilijk mee gehad dat ik iets te veel alcohol en jointjes nam om de pijn te dempen. En nog steeds mis ik haar. Het ergst vind ik nog dat ze niet de man kan zien die ik ben geworden. Ik had haar zo graag met de auto opgehaald, mee uit eten genomen en natuurlijk naar Zwijgrecht. Ze had het geweldig gevonden om haar kleinzoon in de bioscoop te zien.’
Een paar uur na het interview: Geronimo Comvalius aan de telefoon. ‘Ik heb met iemand van Zwijgrecht gesproken en ik moet even iets rechtzetten: ik ben wél voor de verleiding bezweken. Ik begaf me soms op de verkeerde plekken met de verkeerde mensen en ben daardoor een keer aangehouden door de politie. Ze doorzochten mijn auto, ik kende toen mijn rechten niet, en ze vonden een vuurwapen en munitie. Omdat ik geen strafblad had, bleef het bij een geldboete en een taakstraf. Ik moest werken bij de voedselbank. Ik vond het zuur om daar te staan, maar het heeft me wel een breder perspectief op armoede gegeven. Ik ben nooit gepakt voor drugs, nee, en dat gaat niet gebeuren ook. Mijn oma kijkt mee van boven, hè. Ik wil dat ze trots op me kan zijn.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant