Na de verwoestende brand afgelopen week kwamen duizenden Hongkongers in actie. Een indrukwekkende demonstratie van de weerbare ‘Hongkong spirit’. Maar sinds vrijdagavond vraagt de politie hen ‘vriendelijk doch dringend’ te stoppen, vertellen vrijwilligers. ‘Wij vormen het bewijs van hun onkunde.’
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
‘Wij zijn denk ik het laatste steunpunt dat nog open is, de rest moest er van de politie al mee stoppen’, zegt Ana, een 20-jarige rechtenstudent die al twee dagen hulp biedt aan de duizenden slachtoffers van de verwoestende brand in wooncomplex Wang Fuk Court. Ook deze hulppost naast metrostation Tai Po kreeg een uur geleden een bezoekje van agenten, met het verzoek hun werk te staken.
Een twintigtal vrijwilligers wacht sindsdien vertwijfeld op instructies van coördinatoren, die druk met elkaar staan te overleggen. Niet omdat ze niet weten hoe ze kunnen helpen – dozen hulpmateriaal liggen zorgvuldig gesorteerd en gelabeld klaar – maar omdat ze niet zeker weten of ze wel door moeten gaan.
Na de verwoestende brand woensdag, waarbij zeker 128 mensen stierven, kwamen duizenden Hongkongse burgers spontaan in actie. Het park naast het rampgebied vormde de afgelopen dagen het epicentrum van alle hulp. Hier deelden vrijwilligers eten en drinken uit en vormden ze menselijke ketens om dozen kleding en dekens te verplaatsen. Door de brandweer geredde huisdieren werden terug bij hun baasjes gebracht, en slachtoffers kregen mentale hulp.
Maar zaterdagochtend is de sfeer totaal omgeslagen. De afgelopen 24 uur werd het plein ‘schoongeveegd’ door agenten, die volgens hulpcoördinator Ana niet wilden zeggen waarom iedereen moest vertrekken. ‘Ik ben bang dat er weer arrestaties voor zogenaamde ‘onwettige samenkomsten’ zullen volgen’, legt ze uit. Net als tijdens de hardhandig neergeslagen democratieprotesten van 2019.
Als de politie echt zal ingrijpen, zegt ze, dan zal ze zich daar dan ook bij neerleggen. Het conflict aangaan heeft geen zin, vindt ze. ‘We handelen volgens het idee van ‘be water’’. Die frase – een citaat van de Hongkongse kungfu-held Bruce Lee – was tijdens de democratieprotesten een belangrijk mantra voor demonstranten. Wees flexibel, snel, en mijd confrontatie, spoorden ze elkaar daarmee aan.
Niet dat ze het vrijwilligerswerk als protest ziet, zo benadrukt ze. ‘Ik ben hier om te helpen’. Maar volgens haar vormen de vrijwilligers in de ogen van de autoriteiten helaas wel een risico: ‘Wij vormen een bewijs van hun onkunde.’
Dat de talloze vrijwilligers sinds de brand zo soepel samenwerkten, is een rechtstreeks gevolg van de ervaring die Hongkongers opdeden tijdens demonstraties. Zo deed Lista (47), die samen met Ana hulp coördineert, in 2014 tijdens de zogeheten ‘paraplu-beweging’ gelijksoortig werk als nu. Al sjouwde hij toen niet alleen met dozen, maar droeg hij ook gewonde actievoerders naar door vrijwilligers gerunde hulpposten.
Ook een 40-jarige moeder, die zich vandaag met haar zoon van 12 bij het hulpstation van Ana en Lista meldt om goederen te verplaatsen, kwam toen in actie. ‘Ik was een van de ‘voetsoldaten’, zegt ze, terwijl tranen over haar wang lopen.
Voor een school, die dienst doet als opvanglocatie voor bewoners die hun huis in de brand verloren, staan een paar groepjes vrijwilligers van officiële NGO’s zoals de New Life-organisatie voor psychiatrische hulp, en enkele boeddhistische en christelijke groepen. Geen van hen wil vragen beantwoorden, op een man van het Hongkongse Rode Kruis na. ‘Wij zijn niet gevraagd te stoppen, dus we gaan door’, zegt hij.
Het ‘officiële hulpteam’ van de stad neemt verder de regie in het hulpgebied. Leden van dat team, te herkennen aan paarse hesjes en een pasje om hun nek, zeggen geen tijd te hebben om met de pers te spreken. Op Hongkongse sociale media worden deze ‘city’s care teams’ heftig bekritiseerd. ‘Ze zijn alleen bezig met foto’s maken’, zegt een vrouw boos. ‘Het is enkel een grote PR-show voor het stadsbestuur.’
Toch is niet iedereen bereid de handdoek zomaar in de ring te gooien. Sara (53) duwt een wagentje met hulpgoederen voor zich uit. Ook zij werd ‘vriendelijk doch dringend’ verzocht het park te verlaten. Nu is ze samen met een groepje andere vrijwilligers op weg naar een nieuwe locatie, een plein verderop.
De politie wilde dat Sara de dozen gevuld met pakjes ijsthee en kokosbroodjes aan hen over zou dragen, maar dat heeft ze geweigerd. Ze wil dat de levensmiddelen goed terechtkomen, bij de mensen die ze nodig hebben. ‘Ik heb de aankoopbonnetjes laten zien’, zegt ze fel. ‘Kijk, hier zijn ze. Ik heb ze zelf gekocht.’
Nog geen tien minuten nadat ze op het plein is aangekomen willen vier agenten weten wat ze er komt doen. Ingrijpen doen ze niet, maar ze blijven wel vanaf een afstandje toekijken.
Met de aanwezigheid van zoveel agenten vragen zelfs rouwende Hongkongers zich af of ze hun verdriet nog wel mogen tonen. Enkele mensen lopen zoekend rond met witte bloemen. ‘Weet jij waar we dit mogen neerleggen?’, vraagt een jongen van in de twintig vertwijfeld.
Op een etalageruit hangen gele post-its, waarop ze hun gevoelens uiten. ‘We moeten ons eigen Hongkong zelf redden’, staat er. En de meest beruchte leus uit 2019, Hong Kong Ga Yau – ‘hup, Hongkong’. Tijdens de protesten bepaalden zulke post-its het straatbeeld in de stad. Toen heetten ze ‘Lennon-muren’. Nu hangt er boven de plakkertjes een nieuw label, als om verwarring te voorkomen: ‘medeleven-muur’.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant