Corruptiebestrijding Dat een corruptieonderzoek nu ook de naaste medewerkers van president Zelensky bereikt, is voor activisten in Kyiv een teken van kracht. „We voeren niet alleen een existentiële oorlog tegen Rusland. Het is ook een oorlog voor een pro-Oekraïense en een pro-Europese levensstijl.”
Ergens in Oekraïne traint Vitali Oestymenko buitenlandse vrijwilligers die worden klaargemaakt om aan het front te vechten.
Gezeten op een krukje vertelt Vitali Oestymenko, op enige afstand van het front, geroerd over de nieuwe Oekraïense protestgeneratie. „Het was een prachtig protest. Ik ben trots op hen”, zegt hij vertederd over de Oekraïense jongeren die afgelopen zomer in Kyiv de straat op gingen tegen een initiatief van president Volodymyr Zelensky dat de corruptiebestrijding zou verzwakken.
De 32-jarige Oestymenko – militair bij de 28ste brigade, en in een eerdere periode van zijn leven corruptiebestrijder in Odesa en actief tijdens de Majdanrevolutie in Kyiv elf jaar geleden – volgde de politieke ontwikkelingen van afgelopen zomer tussen zijn gevechten in Oost-Oekraïne door. Hij kan even bijslapen nu hij buitenlandse rekruten begeleidt tijdens een training ergens in het land. Om veiligheidsredenen wordt de locatie niet bekendgemaakt.
Het protest in juli draaide om een wetsvoorstel dat de onafhankelijkheid ontnam van de anti-corruptiediensten NABU en SAPO, die worden ondersteund door het Westen. Nadat Zelensky het voorstel met zijn handtekening had bekrachtigd, gingen jongeren in Kyiv de straat op. Onder hun druk, en die vanuit het buitenland, maakten het parlement en de president hun beslissing met een ‘herstelwet’ ongedaan en kregen NABU en SAPO hun onafhankelijkheid terug.
Juist deze twee bureaus onthulden deze maand een omvangrijk corruptieschandaal binnen de energiesector, waarbij de omgeving van Zelensky is betrokken. Vrijdag deden ze een huiszoeking bij zijn stafchef Andri Jermak, mogelijk vanwege het corruptieschandaal. Later op vrijdag stapte Jermak, leider van de vredesgesprekken met de Verenigde Staten, op. De precieze gevolgen daarvan zijn nog onduidelijk.
De demonstraties van deze zomer waren de eerste grote protesten sinds de grootschalige Russische invasie van februari 2022. In een land dat bekend staat om zijn verzet tegen het gezag, met in 2004/2005 de Oranjerevolutie en in 2013/2014 de Majdanrevolutie. Juist de generatie die toen het oproer vormgaf, zet zich nu in voor de verdediging van Oekraïne als vrijwilliger of als militair, of is inmiddels omgekomen aan het front.
Vitali Oestymenko uit Odesa was voor de oorlog corruptiebestrijder. Nu vecht hij aan het front en traint hij buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Daarom vroeg Oestymenko zich bezorgd af of er ook tijdens de oorlog een nieuwe protestgeneratie zou opstaan. „Wij hebben ervaring. Maar wie is de volgende? Het was verontrustend geweest als de samenleving niet had gereageerd. Maar net als bij de vorige revoluties zijn er jongeren die begrijpen wat er speelt.”
Aan het front kregen de militairen de betogingen in de hoofdstad mee. Ze inspireren hen om te blijven vechten tegen Rusland, vertelt Oestymenko. „Ik spreek veel mannen in het Oekraïense leger over dat protest. We zijn trots dat we zo’n mooie jonge generatie hebben. Ze reageerden en wonnen deze strijd. Zij zijn alles wat we hebben en alles wat we moeten beschermen in deze oorlog. Deze jonge generatie is de toekomst van ons land.”
De protesten maakten voor de militairen zichtbaar voor wie ze vechten. Ze zagen, vertelt Oestymenko, wie er leven in de steden onder het gevaar van Russische raketaanvallen. „Wij proberen te voorkomen dat ze worden gedood.”
Op het erf van een woning vertaalt Oestymenko gevechtsinstructies van het Oekraïens naar het Engels voor acht buitenlandse rekruten . Kalm, met de handen veelal op zijn rug, legt hij uit wat de bedoeling is. De acht komen uit onder meer Frankrijk, Polen en Madagaskar. Tijdens deze tweede trainingsdag krijgen de buitenlandse militairen als lunch kippensoep, koolsalade en brood.
Oestymenko doet zijn verhaal tijdens de lunchpauze. Toen de grootschalige Russische invasie in februari 2022 begon, meldde hij zich direct aan bij de Oekraïense krijgsmacht. Hij vocht eerder bij Mikolajev en Cherson en is nu onder meer dronepiloot aan het front in Oost-Oekraïne.
Voor februari 2022 gold Oestymenko in Odesa als een van de bekendste corruptiebestrijders. Als hoofd van de lokale burgerbeweging Automajdan, waarbij in 2013 auto’s werden ingezet als protest tegen toenmalig president Viktor Janoekovitsj, ging hij voorop in de strijd. Met ludieke acties joeg hij op van corruptie verdachte lokale bestuurders en streed hij tegen illegale bouwprojecten. Hij voerde in de periode 2014-2018 campagnes om de zwakke wetshandhaving en het gebrekkige rechtssysteem te verbeteren. Zijn acties waren niet zonder risico. Hij raakte in 2018 gewond bij een mesaanval, waarbij een verband met zijn anticorruptie-activisme wordt vermoed.
Oestymenko kijkt erop terug alsof het haast een onschuldige tijd was. „Het was zo simpel en klein in vergelijking met wat ik nu doe. Het was lokaal kwaad. Wat ik nu tegenover me heb, is puur, angstaanjagend kwaad. Het is een totaal andere wereld. Toen probeerden we onze staat te verbeteren, nu moeten we onze staat redden.”
Vitali Oestymenko traint buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Vitali Oestymenko traint buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Vitali Oestymenko traint buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Vitali Oestymenko traint buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Vitali Oestymenko traint buitenlandse rekruten voor het Oekraïense leger.
Over zijn leven op de barricade – van Odesa tot de oorlog – zegt hij: „Ik ben erg egoïstisch. Ik wil in een mooie omgeving wonen. Ik wil leven in een omgeving waar daadwerkelijk wetshandhavingsinstanties actief zijn, in een veilig land zonder Russische bommen en Russische soldaten en in een staat die bescherming en veiligheid biedt.”
Bijna vijfhonderd kilometer verderop zit de 24-jarige Zinajida Averina buiten bij een hippe koffiebar in Kyiv. Ze groeide in juli uit tot een van de bepalende gezichten van het protest. Ze vertelt hoe ze van huis op weg was naar het centrum om te protesteren, en een hoop karton zag bij een afvalcontainer. Die nam ze mee voor haar vrienden, omdat ze iets nodig hadden om op te schrijven. „Op dat moment hadden we niet het idee dat dit uit zou groeien tot het zogeheten kartonprotest.”
Op haar stuk karton schreef Averina: ‘2013, ben jij het weer?’ Net als tijdens de Majdanrevolutie was er, zegt ze vier maanden later, opnieuw „een overheid die geen rekening houdt met de mensen en iets verkeerd doet”.
Hun protest, zegt Averina, is een erfenis van de Majdanrevolutie. Als gevolg hiervan begon in 2014 een nieuwe regering met hervormingen en die zijn in haar ogen nog niet voltooid. Hervormingen die gericht zijn op een rechtsstaat, een anti-corruptiesysteem, economische ontwikkeling en het pad naar Europese integratie.
Met dat laatste komt ze bij het tweede aspect van de protesten. „We voeren sinds 2014 niet alleen een existentiële oorlog tegen Rusland, om een dictator uit Oekraïne te houden. Het is ook een oorlog voor een pro-Oekraïense en een pro-Europese levensstijl. Om het leven te leiden wat je wil. De Majdanrevolutie heeft deze twee ontwikkelingen aangewakkerd en daar vechten we nog steeds voor.”
Ze noemt de recente protesten „democratie in oorlogstijd”. Vanwege de staat van beleg in Oekraïne zijn er geen verkiezingen. Demonstraties vormen voor Averina juist daarom een democratisch instrument „om aan te dringen op hervormingen en onze stem te laten horen. Het is oorlog maar dat betekent niet dat we de overheid niet in de gaten houden”.
Na de geslaagde betogingen hoorde Averina, werkzaam als adviseur groene transitie en klimaatverandering, van maatschappelijke organisaties dat na NABU en SAPO de onafhankelijke media misschien wel de volgende slachtoffers zouden zijn geweest en daarna was het mogelijk de beurt aan activisten die al langer actief zijn. Al voordat de protesten waren begonnen, werd de prominente anticorruptieactivist Vitali Sjaboenin beschuldigd van fraude en het ontwijken van de militaire dienst. „Zonder ons protest hadden de autoriteiten het idee gehad dat ze alles konden doen wat ze wilden.”
Uitgerekend NABU en SAPO, opgericht na de Majdanrevolutie, zetten deze maand Zelensky onder druk. Uit hun onderzoek kwam naar buiten dat binnen de energiesector 86 miljoen euro aan smeergeld is geïncasseerd en witgewassen onder leiding van de zakenman Timoer Minditsj, een naaste van de president. Minister van Energie Svitlana Hryntsjoek stapte op en minister van Justitie Herman Haloesjtsjenko werd ontslagen. Dat nu ook Zelensky’s rechterhand Jermak is opgestapt maakt de kwestie nog pijnlijker voor de president.
Deze hele zaak, vertelt Averina, laat zien dat de protesten in juli succesvol waren en ook waarom de aanval op NABU en SAPO plaatsvond. „Die aanval was een teken dat ze daadwerkelijk corruptie bestrijden. Als we ze niet hadden verdedigd deze zomer hadden we dit onderzoek niet gezien.”
Het nieuws over het corruptieschandaal bereikte aan het front ook Oestymenko. Binnen zijn eenheid is het geen gespreksonderwerp. „Het is een andere wereld. Hier moet je je concentreren op je taken. Anders wordt het een puinhoop en veroorzaak je problemen aan het front.”
Hijzelf probeert te volgen wat er momenteel gebeurt. Vanwege de gebrekkige internetbereikbaarheid lukt dat aan het front soms. „Het is vermoeiend om te horen als je midden in een oorlog zit. Je geeft alles voor je land en een ander steelt miljoenen.”
Dit weegt niet op tegen wat Oestymenko „de grootste overwinning” noemt: eindelijk pakken diensten als NABU en SAPO corruptie in de hogere kringen aan. „Dit is misschien wel een van de grootste corruptieonderzoeken in de Oekraïense geschiedenis. Je ziet de verbetering van onze wetshandhavers. Ze doen hun werk. Nu moeten ze die gasten zoveel mogelijk in de gevangenis stoppen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC