Het enthousiasme waarmee de commercie in Nederland dit jaar op het ‘Black Friday’-fenomeen inspringt, is vele lezers opgevallen. Een bloemlezing uit de opiniestukken die de Volkskrant ingezonden kreeg.
De reclame voor Black Friday is niet alleen alomtegenwoordig, het verschijnsel wordt ook gepresenteerd als onvermijdelijk. Dat is in ieder geval één van de zaken die Anke Griffioen en Jan Peter Metz aan de kaak willen stellen. Griffioen is eigenaar van Caland/Schoen te Rotterdam, een winkel die al 110 jaar bestaat. Metz is eigenaar van Metz Woninginrichting, al 165 jaar draaiende in diezelfde stad. Zij menen dat het Black Friday-fenomeen begrepen moet worden in de context van schadelijke overproductie en de misleiding van consumenten.
‘In de detailhandel worden van oudsher voorraden die niet meer actueel of overtollig zijn aan het eind van het seizoen aangeboden tegen lagere prijzen’, schrijven ze. ‘Die overtollige voorraad is de laatste veertig jaar enorm gegroeid omdat er bewust te veel geproduceerd wordt. Om omzet en rendement te verhogen, kozen veel fabrikanten voor overproductie in lagelonenlanden, verspilling en schadelijk gebruik van grondstoffen.’
Overproductie is volgens Griffioen en Metz enkel mogelijk als de kostprijs van een product te laag is en de marge te hoog. Die prijs wordt namelijk bepaald door de kosten van bijvoorbeeld arbeid, materiaal en fabriekskosten. Is er een te lage kostprijs? Dan betekent dit dat ‘de arbeid te slecht betaald wordt of de grondstoffen te goedkoop wordt toegepast, met schadelijke milieugevolgen of andere oneerlijke praktijken’. Een te hoge marge? Dat betekent de verkoper het product onnodig duur maakt, leggen de ondernemers uit. ‘Zo wordt kleding uit China met een kostprijs van 20 euro in Europa voor 250 euro of meer verkocht.’
Extreme kortingen Black Friday-kortingen kunnen dus enkel met deze prijsopbouw worden aangeboden. ‘Eerlijke producten, aangeboden door kwalitatieve en vaak kleinschalige detailhandel, hebben een kostprijs waarbij alle onderdelen en actoren netjes betaald worden.’ Overproductie, daar is volgens de ondernemers bij een verantwoord verdienmodel. ‘Uitbuiting en onverantwoorde productie zijn dan niet aan de orde.’
De praktijken die Black Friday-kortingen mogelijk maken, waren ook reden voor Gertjan de Jong om in de pen te klimmen. Hij is als medewerker mediazaken werkzaam bij International Justice Mission, een organisatie die zich inzet tegen moderne slavernij. ‘Hoeveel mensen zouden een T-shirt kopen van een meisje dat onder de blauwe plekken zit en een paar vingers is kwijtgeraakt?’, vraagt hij. ‘Waarschijnlijk niet zoveel. Daarom zie je haar niet in de winkel of in reclames. Maar ze is wel degelijk voor jou en mij aan het werk.’
De Jong wijst op de ‘pijnlijke werkelijkheid achter de glimmende reclames en megadeals van Black Friday’: dat er wereldwijd naar schatting vijftig miljoen mensen in situaties van moderne slavernij leven. ‘Vaak blijven deze praktijken buiten beeld van het grote publiek’, schrijft hij, ‘totdat ze écht niet meer te negeren zijn. Zoals in 2013, toen een complex met sweatshops in Bangladesh instortte, met ruim 1.100 doden tot gevolg.’
Het leek heel even tot een keerpunt te leiden. ‘Er volgden beloftes en convenanten, maar nauwelijks bindende regels’, aldus De Jong. De Europese ‘anti-wegkijkwet’, bedoeld om bedrijven verantwoordelijk te maken voor misstanden in hun keten, had daar volgens hem verandering in kunnen brengen. Helaas: ‘Een groep grote bedrijven wist via een tegenlobby de wet af te zwakken.’
De Jong doet een oproep aan bedrijven om alsnog hun verantwoordelijkheid te nemen: ‘Al laat Brussel het grotendeels afweten, bedrijven doen er goed aan uitbuiting te bestrijden. Bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar hun productieketens. Het is beter zelf dat initiatief te nemen, dan dat externen uitbuiting in je keten aan het licht brengen. Onrecht is als een wond: als er geen lucht bij komt, gaat het vroeg of laat etteren.’
Winkeliers Griffioen en Metz wezen niet alleen op de schadelijke overproductie en onverantwoorde uitbuiting. Ze waren ook kritisch op de manieren waarop consumenten ‘via reclames en algoritmische beïnvloeding worden aangejaagd om onnodige producten’, iets wat ze met name sinds de digitalisering en opmars van online verkoop hebben zien groeien.
Daarover kwam ook een opiniestuk binnen van Veerle Boelkens en Tieme Kok van de Jonge Klimaatbeweging. ‘Met pop-ups, meldingen, nieuwsbrieven en tv-commercials worden we er voortdurend aan herinnerd dat we iets nieuws moeten kopen. En alsof dat nog niet genoeg is, zijn er nu ook websites met spelletjes die onze aandacht grijpen en ons verslaafd maken aan korting en eindeloos shoppen. Overal online is reclame; onze digitale leefomgeving is als een spinnenweb, en wij zijn de vlieg.’
De generatie van Boelkens en Kok is de eerste generatie die deze situatie als volledig normaal beschouwt. Ze zijn er immers mee opgegroeid, schrijven ze: ‘We weten niet beter dan vandaag besteld, morgen in huis; bestellen met één klik, en achteraf betalen. In ons verlangen naar snelheid en gemak zijn we onderweg de controle over het stuur verloren. We laden onze mandjes vol, terwijl onze kasten thuis uitpuilen van vergeten producten die nog werken.’ Ook zij benoemen de schade die deze overconsumptie aanricht, ‘maar de feestelijke beneveling van Black Friday maakt ons koopverslaafd én blind voor de gevolgen’.
Een van die gevolgen voor jongeren, was aanleiding voor het opiniestuk van Hilde Krens, directeur van Stichting Eurowijs. Dat mensen online worden overgehaald ‘tot veelal impulsief gedrag met het verleidelijke Buy Now, Pay Later’, is volgens Krens een probleem voor iedereen, maar met name voor jongeren. Zij zijn niet alleen vatbaarder voor het bombardement aan reclame, maar hebben ook nog eens minder impulscontrole. ‘Positief is dat commerciële aanbieders vanaf november 2026 om een legitimatie moeten vragen die aantoont dat de koper meerderjarig is’, schrijft ze. ‘Maar daarmee is het probleem nog lang niet opgelost, want als je 18-plus bent, handel je lang niet altijd rationeel. We kennen allemaal de verhalen van jongeren die diep in de schulden raken.’
Krens pleit voor veel meer begeleiding en onderwijs voor jongeren. Die moet hen niet alleen helpen ontsnappen uit wat Boelkens en Kok eerder beschreven als ‘het digitale spinnenweb’, maar ook uit de mindset die volgens haar veelal het gevolg is van de constante nadruk op consumptie. ‘Kinderen moeten leren begrijpen hoe ze worden beïnvloed en dat het omkeren van de (digitale) portemonnee niet de enige manier is om een identiteit en aanzien te verwerven’, aldus Krens. En die educatie is volgens haar te belangrijk om aan enkel ouders over te laten. Niet ieder kind krijgt thuis immers financiële opvoeding, en ook zijn ouders zelf niet altijd ongevoelig voor de bovengenoemde problemen. ‘Toegang tot financiële kennis mag nooit afhangen van de portemonnee van ouders of school, want het belang dat ermee gemoeid is, is te groot om financiële drempels op te werpen.’
Hilde Krens en Gertjan de Jong waren niet de enigen die constructief meedachten over oplossingen voor de aangekaarte problemen. Winkeliers Griffioen en Metz wezen op het alternatief van Green Friday, dat gevierd wordt ‘met aandacht voor hergebruik en ecologisch gerichte productie en consumptie’.
Het allervrolijkste voorstel kwam echter van de jongste auteurs, Boelkens en Kok: ‘De vrijmarkt op Koningsdag is een van de grootste tweedehands evenementen ter wereld. Dus waarom niet een vergelijkbare dag als alternatief voor Black Friday? Prinses Amalia is jarig op 7 december, precies op tijd voor tweedehands kerstinkopen. Laten we daarom vanaf nu ook elk jaar Kroonprinsessendag vieren, als een aantrekkelijk, grootschalig en circulair alternatief voor Black Friday. Zo kunnen we nog steeds royaal uitpakken met de feestdagen, maar hebben wij en de natuur echt profijt van wat er in het cadeaupapier zit.’
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant