Home

Mochten de formerende partijen nog twijfelen aan de noodzaak om haast te maken: denk aan minister Wiersma

De Kamer lijkt zowaar dan toch een stroomstootverbod te hebben afgedwongen bij minister Wiersma. Nu het mestbeleid nog.

Van het ministerschap van Femke Wiersma kan een goede documentairemaker ooit nog een meeslepende reconstructie maken. Zo toondoof als Wiersma zichzelf presenteert, heeft Nederland het nog niet eerder meegemaakt. Zelfs veelbesproken voorgangers als LPF-minister Hilbrand Nawijn, VVD-minister Rita Verdonk of, recenter, PVV-minister Marjolein Faber stelden zich bij tijd en wijle flexibeler op.

Wiersma verkeert na anderhalf jaar regeren nog steeds in de veronderstelling dat het ministerschap haar de bevoegdheid geeft om te doen en laten wat zij wil, ongeacht wat de Tweede Kamer, de Europese Commissie, de Raad van State, lagere overheden of haar eigen ambtenaren daarvan vinden. Dat het kabinet-Schoof al tot twee keer toe is gevallen, en Wiersma dus van top tot teen demissionair is, verandert ook weinig aan haar grondhouding.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Haar omgang met het verbod op stroomstootstokken bij veetransporten is een tekenend voorbeeld. Dat verbod moest er van een Kamermeerderheid drie jaar geleden al komen. En het was er ook al bijna, totdat Wiersma in juli 2024 aantrad en begon met eindeloos traineren.

Eerst was ze gewoon tegen en toen de Kamer dat niet pikte, was er elke keer een nieuwe reden om het nog niet in te voeren. Dat transportorganisatie Vee & Logistiek Nederland, geleid door Wiersma’s partijgenoot Helma Lodders, een massieve lobby voert tegen een verbod, was de reden die de minister niet noemde maar die waarschijnlijk wel de doorslag gaf.

Donderdag kwam, na oplopende druk vanuit de Kamer, alsnog Wiersma’s belofte om het verbod per 1 januari van kracht te verklaren. Ze zal hebben aangevoeld dat een vierde motie van wantrouwen – ze overleefde er al drie – haar in de nieuwgekozen volksvertegenwoordiging weleens fataal zou kunnen worden.

Misschien dat de Kamer daardoor de geest krijgt om haar ook te dwingen tot beweging in het mestbeleid. Al bij haar aantreden was duidelijk dat de Brusselse uitzonderingspositie voor Nederlandse boeren zou wegvallen. Boeren mogen nu al veel minder mest uitrijden dan eerder en dat wordt komend jaar weer minder. De mestkelders raken steeds voller.

Ook bij haar aantreden zei Wiersma al dat zij ging strijden voor verlenging van de Nederlandse uitzonderingspositie. Ze ging in Brussel ‘met de vuist op tafel slaan’. Dat heeft tot op heden nog geen enkel resultaat gebracht. De verontruste Tweede Kamer stuurde onlangs zelf maar een delegatie naar België om poolshoogte te nemen. De niet mis te verstane boodschap waarmee zij terugkwamen: de kans op clementie is zo goed als verwaarloosbaar.

Wiersma zelf weigert dat nog altijd te geloven en verklaarde vorige week nog maar eens dat zij rekent op een ‘positieve grondhouding’ van de Europese Commissie. Overtuigende maatregelen om het probleem op te lossen, en te zorgen dat er minder mest belandt in de natuur en het oppervlaktewater, blijven intussen uit.

Mochten de formerende partijen nog twijfelen aan de noodzaak om een beetje op te schieten met het vormen van een nieuwe regering: denk aan minister Wiersma. Een betere reden om het kabinet-Schoof geen dag langer dan strikt noodzakelijk te laten doorregeren, is er niet te bedenken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next