Instanties die de verdachte van de mesaanval bij de Erasmusbrug in Rotterdam begeleidden, hebben hem volgens twee inspecties passende hulp geboden. De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd concluderen wel dat het zicht op hem in de maanden voor de aanval minder goed was.
Ook deelden de instanties niet genoeg informatie met elkaar. Risico's dat hij opnieuw de fout in kon gaan, zijn daardoor niet genoeg gezien. Maar de inspecties hebben niet kunnen concluderen dat de aanval voorkomen had kunnen worden als de hulpverleners anders hadden gehandeld.
Verdachte Ayoub M. uit Amersfoort staat terecht voor het doodsteken van een 32-jarige Duitser en het ernstig verwonden van een 33-jarige man uit Zwitserland.
Op het moment van de mesaanval in september vorig jaar stond hij onder toezicht, omdat hij twee jaar eerder tbs met voorwaarden had gekregen vanwege een aanval met een mes op zijn moeder. De rechter oordeelde toen dat hij volledig ontoerekeningsvatbaar was. Ook nu zegt de verdachte dat hij handelde in een psychose.
Door die tbs stond hij onder toezicht van de reclassering, kreeg hij een behandeling bij De Waag en verbleef hij in een locatie voor beschermd wonen van Kwintes. De inspecties oordelen positief over de hulp die hij van de instanties kreeg. "Mede door de steun van betrokken professionals krijgt de verdachte verschillende gebieden in zijn leven op orde, zoals het wonen op een beschermde woonplek, het volgen van een opleiding en het omgaan met zijn financiën."
Vanaf maart 2024 blijkt dat M. zich niet aan zijn voorwaarden houdt. Zo mag hij geen strafbare feiten plegen en geen alcohol of drugs gebruiken. Maar hij wordt in april en eind augustus aangehouden vanwege handel in nepdrugs. Ook wijzen de wekelijkse drugstesten geregeld uit dat hij cannabis of cocaïne heeft gebruikt. Een test op 29 augustus is positief op alcohol. Een dag later volgt die tweede aanhouding.
De instanties overwegen een strenge aanpak, zoals een opname in een kliniek, maar kiezen daar uiteindelijk niet voor. "De betrokken professionals vinden experimenteergedrag met drugs passen bij de leeftijdsfase van de verdachte en willen hem de kans geven te leren van zijn fouten", schrijft de inspectie over de jonge twintiger.
Twee weken later zit de verdachte met de drie instanties om tafel. Zij vertellen hem dat hij meer opening van zaken moet geven en dat er in zijn behandeling de nadruk komt te liggen op onthouding.
Wat daarin niet duidelijk wordt, maar wat de inspecties wel hebben achterhaald, is dat de reclassering de uitslagen van een aantal ongeldige drugstests niet met de behandelaars van De Waag heeft gedeeld. Daarom denken die ten onrechte dat er tussen de positieve uitslagen van 25 juni en 20 augustus geen sprake is van middelengebruik, terwijl dat door de ongeldige testen dus niet kon worden vastgesteld.
"Dit is belangrijk, gezien het mogelijke effect van drugsgebruik op psychiatrische ontregeling", aldus de inspecties. Bovendien ging De Waag ervan uit dat de reclassering ook ongeldige tests zou doorgeven.
De inspecties zeggen dat de organisaties soms informatie niet voldoende met elkaar hebben gedeeld. Professionals deelden bijzonderheden vaak alleen als zij vonden dat deze zorgelijk waren. "Dit is kwetsbaar, omdat sommige signalen pas in samenhang betekenis kunnen krijgen."
De Waag zegt dat de conclusies van de inspecties overeenkomt met de bevindingen van een eigen, intern onderzoek. De instelling gaat met de aanbevelingen aan de slag, zoals over het informatie-uitwisseling en multidisciplinaire overleggen. Ook Reclassering Nederland neemt de aanbevelingen over.
Volgende week begint de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen Ayoub M.
Binnenland
Deel artikel: