Home

Vertrekkend RIVM-baas: ‘Waarom wordt er ineens gekort op infectieziekte­bestrijding? We gaan vér terug naar de pre-covidtijd’

Zeven roerige jaren stond Hans Brug aan het hoofd van het RIVM. Nu stapt hij over naar de Universiteit Utrecht, en blikt hij terug. ‘Ik heb echt weleens meegemaakt dat een bewindspersoon me een vraag stelde waarvan ik dacht: is dit een vraag, of probeert men me een bepaalde kant op te drukken?’

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Hans Brug, vertrekkend directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), wil het toch weleens kwijt. ‘Ik begrijp best hoe dit werkt. Maar ik snap er geen snars van’, zegt hij.

Want welke merkwaardige dynamiek heeft ervoor gezorgd dat het vorige kabinet ineens 300 miljoen euro kortte op de infectieziektebestrijding? 300 miljoen per jaar, die speciaal was uitgetrokken voor de pandemische paraatheid?

‘We hebben net de ergste volksgezondheidscrisis in decennia gehad’, brengt hij in herinnering. ‘Uit allerlei evaluaties hebben we een beeld gekregen van wat we in ieder geval moeten doen om de volgende keer beter voorbereid te zijn. En die lessen kunnen we nu maar beperkt uitvoeren. Hoewel er een Kamermotie is aangenomen, en er een hele serie bewindspersonen is geweest die allemaal hebben gezegd: we willen dit goed regelen… Ik ratel nog even door hoor, als je me toestaat?’

Natuurlijk, ga uw gang.

‘Zonder dat geld gaan we echt vér terug naar de pre-covidtijd. Het idee was dat we iets minder hangen en wurgen zouden hebben bij een volgende crisis, dat er betere landelijke coördinatie komt, dat we sneller opschalen, dat daar de structuren en de mensen voor klaarstaan. Nou, dat zal dan niet het geval zijn. Nogmaals, ik begrijp dat er politieke afwegingen zijn. Maar ik snap hier geen snars van. Punt.’

Laten we eerlijk zijn, de drones vliegen ons om de oren. We leven toch in een andere wereld?

‘De dreiging van infectieziekten is onverminderd groot. Alle omstandigheden die bij de coronacrisis meespeelden, zijn nog steeds aan de orde: hoge dichtheden van dieren en mensen, veel reizigersverkeer, veel contacten tussen mens en dier. En met alle andere dreigingen die we hebben, inclusief die van oorlog, weten we dat het risico op zo’n ziektecrisis niet kleiner, maar juist groter wordt.’

Ineens slaat zijn telefoonassistent aan. Een blikken vrouwenstem: ‘Sorry, ik begrijp het niet.’

Ik begrijp het niet. Het is op een vreemde manier tekenend voor de wonderlijke bestuurstijd die de 62-jarige gezondheidswetenschapper Brug erop heeft zitten. Bij zijn aantreden als directeur-generaal zei hij nog dat hij het RIVM wel wat onbekend vond. Het instituut moest transparanter, opener.

Maar dat was kort voordat er een pandemie uitbrak, en er duizenden boeren naar Bilthoven trokken, woedend over de stikstofberekeningen van het RIVM. Brug zelf sprak de boeren toe op een sportterrein, vanaf een geïmproviseerd podium.

Dat werd een korte, formele verklaring: ‘Onze stikstofberekeningen zijn van hoge kwaliteit’, ‘we laten ons jaarlijks beoordelen’, en ‘kritiek zullen we daarin meenemen’. ‘Hans kwam, zag en vertrok, zonder dat een boer boe kon roepen’, kopte de Volkskrant achteraf.

‘Van die verklaring is natuurlijk ieder woord gewogen. Die had ik goed uit mijn hoofd geleerd. En ik denk dat het op dat moment ook niet zoveel functie had om er veel langer te staan.’

Maar dit is toch gewoon: het RIVM zet het antwoordapparaat aan?

‘Óf het RIVM doet waarvoor het bedoeld is: met de beschikbare gegevens zo goed mogelijk modelleren, in internationale samenwerking. En met audits laten kijken of andere onderzoekers ook vinden dat we dat goed doen.

‘Bedenk overigens dat die boeren mede naar ons toe kwamen juist doordát we hadden gezegd: kom gewoon eens koffie drinken als jullie de cijfers niet vertrouwen, dan hebben we het erover. Waarop de boeren zeiden: dat doen we, maar we komen met zijn allen, en we nemen de trekker mee.’

Korte pauze. ‘Het was toch wel heel onwerkelijk. Ons terrein was nagenoeg leeg. We hadden mariniers op de hoeken van de straten. In onze kantine zat een peloton ME’ers kroketten te eten.’

Hadden die boeren niet gewoon een punt? Landelijke data moesten worden doorvertaald naar afzonderlijke bedrijven. En er gingen filmpjes rond waarop was te zien dat een van jullie meetstations bij een rioolput stond.

‘Dat zijn valide vragen. Maar over die meetpunten die ergens wel of niet stonden: in ons meetnet werd daarmee gewoon rekening gehouden.’

Maar uw antwoord was: we nemen de kritiek mee. Dat is toch verre van transparant?

‘Dat was wat ik op die platte kar zei. Ik denk dat we behoorlijk uitgebreid hebben toegelicht hoe wij die metingen doen, en hoe we rekening houden met de verschillende plekken waar die meetpalen staan.

‘Als er kritiek komt of vragen zijn, dan nodigen we mensen uit, of gaan we ernaar toe. Neem Tata Steel. Daar hebben we een aantal burgerbijeenkomsten georganiseerd om uit te leggen: wat doen we, wat doen we niet? Wat zijn jullie vragen, kunnen we die ook in ons onderzoek meenemen? Dus ik heb wel de overtuiging dat we daar als RIVM stappen in hebben gemaakt.’

Intussen is er getouwtrek over de ‘rekenkundige ondergrens’ van het RIVM-rekenmodel. De grens, die bepaalt hoeveel stikstof er mag neerslaan op een bepaald natuurgebied, ligt nu in feite op nul. Absurd – want onmeetbaar – laag, zeggen critici.

‘Uiteindelijk is dit gewoon een politieke afweging die moet worden gemaakt . Die ondergrens ophogen, of juist zo laten, heeft allebei voor- en nadelen. Uiteindelijk gaat dit natuurlijk over: doen we er voldoende aan om de stikstofdepositie te verlagen?’

Toch is dit weer een dossier waarbij er rond het RIVM een storm opsteekt van podcasts, columns en eigen, alternatieve onderzoeken door burgers. Hoe gaat u met die storm om?

‘We hebben ook geleerd om niet op álles te reageren. Als we dat zouden doen, bestaat het RIVM straks voor 90 procent uit communicatiemensen en hebben we geen wetenschap meer over. Dus ja, we proberen op een stoïcijnse manier ons werk te doen en ons druk te maken over waar we invloed op hebben.’

U was lang bestuurder aan de universiteit, bij onder meer het Amsterdam UMC. Waarin is het RIVM anders dan de open, academische wereld?

‘Je zit zo veel dichter bij het beleid, dat wat je doet ook directe relevantie heeft voor dat beleid. Dat geeft een extra verantwoordelijkheid, een extra dynamiek. Dat vind ik mooi.’

Het RIVM is niet onafhankelijk genoeg van de ministeries, luidt vaak de kritiek. Snapt u dat?

‘Ik heb daar zo’n riedeltje voor. Onafhankelijkheid is cruciaal, maar nabijheid is ook cruciaal. We zouden onze onafhankelijkheid kunnen tonen door op veel grotere afstand te gaan staan van het beleid. Maar daarmee word je ook minder relevant. Want juist nabijheid zorgt ervoor dat je resultaten voor het voetlicht komen, dat er rekening met je wordt gehouden.’

Nogal een evenwichtsoefening.

‘Zo is het. Dat is ook waar we onze mensen op trainen, om rolvast te blijven in die nabijheid. Zijn en blijven we onafhankelijk genoeg? Want als je nabij bent en je praat intensief met elkaar, moet je die rolvastheid wel goed bewaken. Dat is dus het gesprek dat we met onze mensen voeren.’

In de covidtijd ging dat soms moeizaam. Als je goed inzoomde op de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT), zoals onder meer Nieuwsuur en de Volkskrant hebben gedaan, zag je dat voorzitter Jaap van Dissel weleens opmerkingen overnam van het ministerie. Ingewikkeld.

‘Nou: ingewikkeld wordt het pas als je het ministerie iets gaat gunnen wat ingaat tegen de kennis die je hebt, of waarmee je afwijkt van wat je werkelijk wilde adviseren. En daarvan heb ik geen voorbeelden gezien.’

U heeft inmiddels afscheid genomen bij het RIVM; u kunt redelijk vrijuit spreken. Dus zeg eens eerlijk: heeft u weleens druk gevoeld? Ik kan me voorstellen dat een minister, als de spanning oploopt, u een bepaalde kant op probeert te sturen.

‘In koude tijden heb je daar helemaal geen last van, dan vindt iedereen onafhankelijkheid superbelangrijk. Maar in hete tijden, ja, dan zijn ook dit mensen natuurlijk. Ik heb echt weleens bewindspersonen meegemaakt die mij vragen stelden waarvan ik dacht: is dit nou een vraag, of probeert men me hier een kant op te drukken?

‘En daarna kan zo’n vraag soms ook op iets luidere toon gesteld worden. Voelt dat als druk? Ja, dat kan best als druk voelen, daar moet je dan op een goede manier mee omgaan. Maar heb ik weleens meegemaakt dat iemand tegen me heeft gezegd: en nu moet je het zo doen, want ánders? Nee, nooit.’

Heeft u een voorbeeld van zo’n situatie?

‘Bijvoorbeeld over de vaccinatiecijfers van corona. Onderschatten jullie die nu niet? Dat is zo’n vraag waarover op een gegeven moment ook met mij het gesprek werd gevoerd. Nou, dat betekent dat het hoog oploopt.’

Dit was begin 2021, het begin van de vaccinatiecampagne. Nederland lag achter op andere Europese landen. Het ministerie had behoefte aan een positief geluid.

‘En waarbij we, door het niet met elkaar kunnen praten van de ICT-systemen, zeker wisten dat wat er precies was geregistreerd aan gezette vaccinaties, een onderschatting was van het werkelijke aantal. Terwijl we óók zeker wisten dat het aantal uitgereden vaccins juist een óverschatting was van het gezette aantal. Daar moesten we op een goede manier mee omgaan.’

U krijgt zo’n vraag. Wat is dan het antwoord?

‘Dan is dit het antwoord. En daar praat je nog een poosje over door. We hebben niet de laagste cijfers gepresenteerd, maar ons afgevraagd: wat is nou de beste schatting tussen die twee cijfers, waarvan we wisten: het een is een pertinente onderschatting, het ander een pertinente overschatting?’

In de Verenigde Staten is het gewoonte dat de vertrekkende president een brief achterlaat aan zijn opvolger. Wat zou vertrekkend directeur-generaal Hans Brug aan zijn – nog onbekende – opvolger schrijven?

‘Zorg goed voor dit prachtige instituut. En wees je enorm bewust van die unieke plek op het snijvlak van kennis, wetenschap, beleid en samenleving. Dat is echt anders dan een universiteit en ook anders dan een instituut voor toegepast onderzoek.

‘Bewaak die onafhankelijkheid, als een leeuwin of een leeuw. En heb een hoop lol bij dat mooie instituut.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next