Home

Het is niet eenvoudig om van voetbal te blijven houden, en dan is daar: Curaçao

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Op de website van de NOS staat een filmpje van minder dan een minuut: Mohammed Bin Salman – kroonprins van Saoedi-Arabië en organisator van het WK Voetbal van 2034 – is te gast op het Witte Huis, op bezoek bij een van de organisatoren van het WK van komende zomer, die deze week nog dreigde met militaire acties tegen een van zijn medeorganisatoren, Mexico. De opdrachtgever van de moord op journalist Jamal Khashoggi (die het daar volgens gastheer Donald Trump ook wel een beetje naar had gemaakt) zit aan een lange tafel. Er zijn kaarsen, een pianist pingelt zich een weg naar het voorgerecht en even verderop zit Elon Musk opgefokt voor zich uit te ratelen.

En dan loopt plots Gianni Infantino voorbij. Infantino, een man zo glad en link als een beijzelde stoep in de schemering, is voorzitter van wereldvoetbalbond Fifa. Infantino is erin geslaagd een gevoel van heimwee op te wekken naar zijn voorganger Sepp Blatter – ook een Zwitser, ook een corrupte gluiperd, maar dan meer van het klassieke soort: een zwarte-dollars-in-envelopjes-kind-a-guy.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Infantino pakt het groter aan. Schaamtelozer ook. Hij runt het voetbal als een stinkend rijk, autocratisch schurkenstaatje, met als voornaamste exportproduct het WK. Daarom heeft hij dat toernooi ook uitgebreid: van 32 naar 48 landen. Een onzalig idee: meer deelnemers, meer wedstrijden, meer live-tv en dus meer geld. Maar ook: meer reizen, meer teams die geen schijn van kans maken en meer uitputting voor de beste spelers.

Over die spelers gesproken: tijdens een praatje heette Trump Cristiano Ronaldo speciaal welkom. Ronaldo, die al een tijdje in Saoedi-Arabië voetbalt voor ruim 200 miljoen per jaar, en in ruil daarvoor af en toe mee moet op diplomatieke strooptocht, keek timide, hulpeloos, als iemand die zich ineens realiseert aan welke bende krankzinnigen hij zich heeft uitgeleverd.

Die zaal vol mannen in wie onnozelheid en hebzucht elkaar tot zelden geziene hoogten stuwen, vormde een aardige samenvatting van de staat van het wereldvoetbal – ik houd van de sport, maar het wordt je niet makkelijk gemaakt dat vol te houden. En altijd net als je denkt, ‘ik stort me eens op een andere, minder geperverteerde schijnwereld’, gebeurt er zoiets als dinsdagnacht, toen Curaçao zich kwalificeerde voor Infantino’s giga-WK.

Een gelijkspel tegen Jamaica was voldoende. Dat lukte, ondanks talloze ballen op paal en lat van de Jamaicanen, ondanks een penaltymoment in de slotseconden dat later weer werd teruggedraaid, ondanks elf minuten extra tijd en ondanks het voortijdige vertrek (wegens familieomstandigheden) van trainer Dick Advocaat, een man die al een keer of vijftien uit zijn pensioen is teruggekeerd. Een 65+-feniks die al een leven lang liever in een bak vogelspinnen ligt dan dat hij een extra aanvaller opstelt. Geheel in zijn geest eindigde de wedstrijd in 0-0.

Het feest dat vervolgens overal losbarstte, bewees maar weer eens dat voetbal een spoor van plezier door gemeenschappen kan trekken. Op dat feest werden niet alleen vader en zoon Gorré en Advocaat en de broers Bacuna en het eiland en de Nederlandse voetbalopleiding gevierd, maar ook de underdog, het onverwachte en de trots van een heel volk. En gek genoeg indirect ook Gianni Infantino, over wie ik in de column van Bert Wagendorp las dat hij het WK van 2030 voor 68 landen wil openstellen. Wederom een vreselijk idee, symbool voor de morele rot in het voetbal, met een paradoxale bijvangst: weer nieuwe, ontroerende momenten en nieuwe feesten die je geloof in het goeie en mooie en belangrijke van de sport weer even herstellen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant columns

Previous

Next