Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De duinen zijn je enige uitweg. Slome, grijze lucht, het licht nog gedimd. Overal staan zanderige poeltjes met rottende bladeren. Vannacht, toen je niet kon slapen en de druppels op het zolderdak hoorde tikken en je probeerde je gedachten te verzetten, bedacht je welke hardloopschoenen je ging dragen vandaag.
Trailschoenen, met veel grip. Goede keuze, blijkt nu je de natte zandheuvel beklimt. Na een overigens veel te korte warming-up. Ze zeggen dat ‘dynamic stretchen’ het beste is. Welnu, dynamic stretch my ass maar even vandaag.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als je van het onverharde pad af bent en de zolen van je schoen de stenen raken, merk je het. Hoe graag je vandaag wilt rennen. Je hebt nog nooit zo graag willen rennen, weg willen rennen. Normaal kijk je uit naar de laatste stappen en hoe je met je handen op je knieën tot rust kan komen. Vandaag mag er geen einde aan komen. Vandaag stop je nooit meer met rennen.
Je vliegt langs bomen, sommige al helemaal kaal, andere wachten tot de volgende storm ze van hun laatste roestige blaadjes verlost en ze eindelijk met winterslaap kunnen.
De tranen komen al snel, nog voordat je het zandpad bereikt. Blijkbaar lagen ze op de loer. Je voelt ze eerst boven in je borstkas, een tinteling, dan prikken ze achter je ogen. Ze vertroebelen je zicht, de wereld wordt vaag en vloeibaar. En na een enkele keer knipperen glijden ze je over je wang.
Een warm, genadig en bevrijdend moment, dat heel even duurt, tot de venijnig koude regendruppels ze wegspoelen. Dezelfde regen voorkomt dat de fietsers en wandelaars die je tegemoet komen zien dat je huilt. Denk je.
Je rent verder, harder en sneller. Het zand vliegt onder je zolen vandaan. Zo moet het zijn als je speed gebruikt. Een turbomotor drijft je voort en hoe hoe hard je ook loopt, je wordt maar niet moe. Gedachten komen en gaan. Niemand om je heen. Geen moeder om je te troosten, geen vriend om te omhelzen. Alleen de bomen en het zand en het gras en de heuvels en de onverschillig grijze lucht die je zien, zo, op je kleinst, kwetsbaarst en je volop de ruimte geven om zo te zijn.
Gooi het er maar uit, zeggen ze. Laat het maar lopen (behalve uit de voornoemde dynamic gestretchte ass). Op de terugweg houd je stil en zak je even door je knieën. Niet omdat je moe bent, maar omdat je even niet beter weet. De wind en regen slaan gelijk toe. Snel koel je af. Het is nog een klein stukje naar je fiets. Maar je bent nog lang niet moe. Je staat weer op en draait je om. Nog een rondje.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns