Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Op de homepage van de gemeente Moerdijk staat, naast de aankondiging ‘Workshop ‘Stevig op de Pedalen’ voor 50-plussers’ (‘Deelname is gratis, maar vol = vol! Let op: u hoeft uw fiets niet mee te nemen’) nog een nieuwsbericht. ‘Oproep gemeente Moerdijk: eerst geven, dan nemen’.
Dinsdagavond maakte het college van B en W bekend dat Moerdijk weg moet. De 1.100 inwoners zullen binnen tien jaar moeten vertrekken om een project met de onprettig bombastische naam Powerport mogelijk te maken. Powerport schijnt noodzakelijk te zijn voor de energietransitie, die op haar beurt weer noodzakelijk is, en dus moet Moerdijk weg.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Is Moerdijk dan niet noodzakelijk?
De vaart der volkeren vindt van niet. In Moerdijk denken ze er anders over.
Op de informatieavond in dorpshuis De Ankerkuil was volgens een verslag van Omroep Brabant sprake van ‘gehuil’ en ‘geschreeuw’. De burgemeester sprak van een ‘enorm offer van de inwoners’. De man, Aart-Jan Moerkerke, had het zo zwaar dat hij in raadselen begon te spreken: ‘We proberen een stekkerdoos in de gemeente te krijgen, maar er zijn nog geen stekkers geplaatst.’ Nu gaat het vooral over goede regelingen. Om eerlijke uitkoopprijzen, om het in stand houden van gemeenschappen. Daarin moeten ‘Rijk en provincie hun verantwoordelijkheid nemen’, en daar moeten de Moerdijkers maar op vertrouwen.
Makkelijker gezegd dan gedaan, in een land waar bureaucratie, bestuurlijke argwaan en een onuitroeibare voor-een-dubbeltje-op-de-eerste-rangmentaliteit de laatste decennia talloze mensen hebben gesloopt die erop vertrouwden dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid zou nemen.
En ik dacht aan Emilienne Driesen.
In Tom Fassaerts prachtfilm De engel van Doel (2011) gaat het over Doel, een dorpje dat door de uitbreiding van de Antwerpse haven een spookstad zal worden. Een bejaarde pastoor preekt voor een lege kerk over lijden en dood en kernoorlogen en rijdt op zijn driewieler door de stilgevallen straten van zijn parochie. Op een blinde muur van een leegstaande woning staat in dikke graffitiletters ‘DOEL BLIJFT’. Huizen als skeletten, geblaf in de verte. Een uitgestorven goudzoekersstadje, het klapdeurtje van de saloon piept in de wind. De ene inwoner na de andere pakt zijn biezen. Emilienne weigert. Zij pelt garnalen, voert de poes en weigert officiële brieven in ontvangst te nemen. In afwachting van het onvermijdelijke bezoekt zij haar man op het kerkhof.
Verzet komt in vele vormen. Toen Delfzijl in de jaren zeventig het Rotterdam van het Noorden moest worden, moesten de dorpjes Oterdum, Heveskes en Weiwerd verdwijnen, om plaats te maken voor een of andere cruciale fabriek. Oterdum en Heveskes werden uit het landschap verwijderd, van Weiwerd is dankzij mondige dorpsbewoners en actiegroepen nog iets over, al verlieten de laatste inwoners het dorp in 2015 en is veel cultureel erfgoed vernietigd voor een aangekondigde economische ontwikkeling die er nooit kwam. Tegenwoordig heet Weiwerd Brainwierde. In de oude dorpswierde bevindt zich een bedrijventerrein, een ‘kansrijk cluster’.
Mogelijk is Moerdijk over twintig jaar een naam uit oude atlassen, maar het kan ook best een decor worden voor historische films, een ‘kansrijk cluster’ of een zwijgzaam dorp, bewoond door een handvol onverzettelijke, verrassend stevig fietsende 50-plussers.
Emilienne Driesen stierf in 2019.
En in Doel wonen nog altijd mensen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.