Twee raceweekenden op rij verwelkomde de MotoGP een nieuwe racewinnaar, maar aan die reeks kwam tijdens de Grand Prix van Maleisië een einde. Op het Sepang International Circuit was de zege voor Álex Márquez, die zijn derde Grand Prix-zege van het seizoen boekte en de tweede plaats in het kampioenschap veiligstelde. Pedro Acosta en Joan Mir mochten namens KTM en Honda ook de gang naar het podium maken. Aprilia viel daarentegen juist tegen, nadat de RS-GP in de afgelopen races juist de snelste motorfiets van het veld leek.
De Maleisische GP was geen enorm spektakelstuk, mede doordat de rijders vooral bezig waren met het managen van hun zachte achterband. Toch leverde het raceweekend in Sepang voldoende gespreksstof op om vier conclusies te kunnen trekken.
Voorafgaand aan de Grand Prix van Maleisië werd Álex Márquez al aangewezen als de grote favoriet voor de zege – deels door de afwezigheid van Marc Márquez, maar zeker ook door de goede prestaties die hij er in het verleden behaalde. Toch wilde het op vrijdag niet helemaal vlotten bij de 29-jarige rijder uit Cervera, die zich met de hakken over de sloot rechtstreeks wist te plaatsen voor Q2. Ook crashte hij in zowel de eerste vrije training als de tweede oefensessie, wat hem een pijnlijke nek opleverde. Op zaterdag moest Márquez vervolgens toezien hoe Francesco Bagnaia poleposition pakte en de sprintrace op zijn naam schreef. Zelf werd hij tweede, wat voldoende was om de tweede plek in de titelstrijd veilig te stellen.
Na de sprintrace viel er een last van Márquez' schouders en dat was te zien op zondag.
Foto door: Asif Zubairi / Motorsport Network
Hoewel Márquez voorafgaand weinig aandacht schonk aan het belang van die tweede plaats, erkende hij na de sprintrace dat er een last van zijn schouders was gevallen en dat hij vanaf zondag weer vrijuit kon rijden. Dat bewees hij dubbel en dwars door na een goede start al in de tweede ronde voorbij te gaan aan Bagnaia, om vervolgens de hele race niet meer in gevaar te komen en overtuigend te winnen. Als zijn optreden op de zondag in Sepang een voorbeeld is van wat Márquez kan presteren wanneer de druk van de ketel is, dan is de concurrentie gewaarschuwd voor de resterende races in Portugal en Valencia.
Márquez gaat misschien wel als favoriet naar de laatste twee Grands Prix van 2025, maar de zeges krijgt hij daar zeker niet cadeau. Iemand die de Gresini-rijder in Portimão en Valencia graag het vuur aan de schenen wil leggen, is Pedro Acosta. Het talent van KTM jaagt nog altijd op zijn eerste overwinning in de koningsklasse en greep ook in Maleisië weer mis. Op het Sepang International Circuit viel hij op zaterdag door forse bandenslijtage nog buiten de ereplaatsen, maar hield zich zondag op dat vlak goed staande en reed achter Márquez als tweede over de finish.
Acosta etaleerde in de GP van Maleisië dat hij snel volwassen is geworden.
Foto door: Asif Zubairi / Motorsport Network
Dat was te danken aan een bijzonder verzoek van Acosta, die zijn KTM-monteurs vroeg om enkele elektronische hulpmiddelen uit te schakelen. Daardoor kreeg hij zelf meer controle over hoe de achterband belast werd, wat hij op indrukwekkende wijze wist om te zetten in een tweede plaats. Dit verzoek is tekenend voor de ontwikkeling die Acosta in zijn tweede MotoGP-seizoen heeft doorgemaakt. Na een moeilijke start van het seizoen is de 21-jarige rijder uit Mazarrón volwassen geworden – waar hij de laatste weken zelf gretig over verteld heeft – en ontpopt hij zich steeds meer als de leider binnen het KTM-project. De eerste overwinning laat nog even op zich wachten, maar zijn potentie wordt steeds duidelijker zichtbaar.
Die potentie is in de afgelopen maanden al duidelijk zichtbaar geweest bij Aprilia. Waar de RS-GP de afgelopen jaren een machine was die slechts op enkele circuits – met name in Barcelona en Silverstone – razendsnel was, is de motor onder leiding van technisch directeur Fabiano Sterlacchini omgetoverd tot een machine die op bijna alle circuits een gooi naar de podiumplaatsen kan doen. De nadruk ligt daarbij op bijna, want het raceweekend op het Sepang International Circuit bewees dat er nog altijd banen zijn waar de RS-GP minder goed op gedijt.
Aprilia is dit jaar vaak een kanshebber op het podium, maar dat kwam er in Maleisië niet uit.
Foto door: Lillian Suwanrumpha / AFP via Getty Images
Nadat Aprilia in Indonesië over de snelste motor beschikte en vervolgens de Grand Prix van Australië won, verliep de Maleisische GP een stuk moeizamer. Op vrijdag plaatste geen van de vier Aprilia-rijders zich rechtstreeks voor Q2 en dat lukte ook op zaterdagochtend niet tijdens de kwalificatie. In de sprintrace wist Marco Bezzecchi nog naar een zesde plaats te komen, maar dat bleek ook het hoogtepunt van het weekend. Trackhouse-rijder Ai Ogura tekende op zondag voor het beste resultaat door als tiende over de finish te komen, nadat hij Bezzecchi in de slotfase had gepasseerd. Aprilia weet dus dat er werk aan de winkel is als het in 2026 een einde wil maken aan de dominantie van Ducati.
Dat laatste lijkt voor Honda nog te hoog gegrepen, maar het valt niet te ontkennen dat er de afgelopen maanden veel progressie is geboekt met de RC213V. In Frankrijk won Johann Zarco al een race, al moet daarbij worden aangetekend dat dit in regenachtige omstandigheden gebeurde. Joan Mir mocht vervolgens in Japan voor het eerst sinds eind 2021 weer eens plaatsnemen op het podium en deed dat bovendien in een race die volledig onder droge omstandigheden werd verreden. Drie raceweekenden later was het opnieuw raak voor de wereldkampioen van 2020, die optimaal profiteerde van de lekke band van Francesco Bagnaia en als derde over de finish kwam.
Een Honda die qua acceleratie wint van een Ducati? Het gebeurde in Sepang.
Foto door: Shameem Fahath / Motorsport Network
Een van de redenen dat de prestaties van Honda in het afgelopen jaar fors zijn verbeterd, is de topsnelheid die de motorfiets nu bereikt. Jarenlang waren motorvermogen en topsnelheid een van de voornaamste zwakke plekken van de RC213V, maar het ontwikkelingswerk heeft ervoor gezorgd dat die zwakte een kracht is geworden. Mir tekende in Sepang gemiddeld voor de hoogste snelheid bij de speed trap, maar het meest tekenend voor de progressie was zijn inhaalactie op Fermín Aldeguer. Ze begonnen naast elkaar aan het rechte stuk van start-finish, en waar de Ducati die drag race naar de eerste bocht normaal zou winnen, was het ditmaal Mir die aan het langste eind trok.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport