Miljoenen fans hebben ernaar uitgekeken en vandaag is het zover: het nieuwe Asterix-album Asterix in Lusitania is verschenen. Het is een traditioneel reisverhaal, waarin Asterix, zijn 'niet-dikke' vriend Obelix en hondje Idéfix naar een ver land gaan om de lokale bewoners te helpen in hun strijd tegen de Romeinen.
Anders dan in veel oudere reisedities (bijvoorbeeld Asterix en de Britten, Asterix in Hispania en Asterix op Corsica) mijden de makers nu de stereotypen die in Frankrijk over de bewoners van die landen bestaan.
"Het was in Goscinny's tijd zeker makkelijker", zegt auteur Fabcaro tegen France Info over de tijd dat humorist René Goscinny de albums schreef. Goscinny overleed in 1977. "Vandaag moet je voorzichtig zijn, gelukkig wel, maar als je het op een vriendelijke manier doet, werkt het toch."
De presentatie voor de pers van dit 41ste album was in de Portugese ambassade in Parijs. Dat was geen toeval; Lusitania valt ongeveer samen met het huidige Portugal. De Gallische striphelden schieten dus de voorouders van de Portugezen te hulp.
"Ik wilde de clichés die we in Frankrijk over Portugezen hebben vermijden", zegt Fabcaro. "Ik heb naar een manier gezocht die niet spottend maar zachtaardig en vriendelijk is. Ik voelde dat de saudade, die oude vorm van melancholie die zo typisch Portugees is, een prachtig symbool voor hun identiteit zou zijn."
De zwarte piraat Baba, in het kraaiennest van het piratenschip dat in vroegere albums steevast tot zinken wordt gebracht, is ook aangepast. Hij verdween in latere albums, onder meer op verzoek van Amerikaanse uitgevers omdat hij met een accent sprak: Baba kon de r niet uitspreken. Nu is hij terug.
"Ik houd van hem", zegt Fabcaro. "Ik wilde hem niet in de ijskast laten. Hij raakt in een plaatje zijn accent kwijt. We kunnen niet langer grappen maken over accenten. Des te beter."
Ook het uiterlijk van Baba is gemoderniseerd, vertelt Asterix-kenner Jaap Toorenaar. "Hij heeft geen grote rode lippen meer. Hij ziet er nu niet meer uit als een karikatuur, maar als een gewoon mens."
Toorenaar heeft het album vanochtend meteen in huis gehaald. "Mijn verwachting waren hooggespannen. Ik vond het vorige deel, De witte iris, het leukste sinds de dood van Goscinny. Dit album is door dezelfde twee gemaakt en ik vind hem ook weer echt leuk. De tekeningen zijn prachtig en de woordgrappen zijn goed."
Voor de expert heeft het lezen van een Asterix-album iets meer voeten in de aarde dan "alleen de tekstballonnetjes lezen", zo legt hij uit. "Ik gebruik een vergrootglas om alle verborgen grapjes te ontdekken en maak notities. Zo kwam ik tot 37 nieuwe namen, met name van de Portugezen." Er is bijvoorbeeld iemand die Benfica heet, naar de bekende voetbalclub (en wijk) uit Lissabon.
Ook is er een verwijzing naar de beroemde kabeltram in de Portugese hoofdstad. "De schrijver wist natuurlijk niet van de ramp van vorige maand. Hij heeft een paardenkar bedacht met een draad erboven. Dat is het traject dat de paarden moeten lopen, krijgen Asterix en Obelix te horen."
Tot zijn vreugde is ook het beroemdste zinnetje uit Asterix, "rare jongens, die...", weer terug. "Dat ontbrak in De witte iris en zit er nu twee keer in." Wat dit keer wel ontbreekt: een gevecht tussen de smid Hoefnix en visboer Kostunrix, waarbij de vissen in het rond vliegen.
Toorenaar is niet voor niets zo gericht op alle details: hij schreef een jaar of vijftien geleden Asterix, de vrolijke wetenschap, waarin hij onder meer alle feitjes en grapjes uitlegt van Europa's populairste stripserie, en dat boek is toe aan een nieuwe druk met daarin ook de laatste vijf albums.
"Ik wacht nu nog op het Franse origineel. Want ik wil altijd weten wat er echt heeft gestaan, zodat ik de grapjes kan vergelijken met de vertaling. Die Nederlandse woordgrappen zijn trouwens soms leuker dan het origineel."
Cultuur & Media
Deel artikel:
Source: NOS nieuws