Er ontstaat een storing ergens in een servercomplex in het Amerikaanse Virginia en vervolgens liggen wereldwijd tal van websites en apps urenlang plat. Het voorval toont maar weer eens aan hoe afhankelijk we zijn geworden van een paar Amerikaanse techbedrijven.
De problemen ontstonden maandag rond 9.00 uur. Allerlei diensten werkten trager of vielen uit. Mensen konden geen (of minder) berichten sturen via Signal, Snapchat of Slack. Ring-deurbellen werkten niet, ChatGPT was slecht bereikbaar en Amazons diensten Prime Video en spraakassistent Alexa vielen uit.
De storing ontstond op een rotplek bij Amazon Web Services (AWS), het cloudplatform van Amazon waarop veel sites, apps en diensten draaien. "Het zat in het belangrijkste knooppunt van Amazon", zegt ICT-deskundige Bert Hubert. "Daar zijn andere onderdelen van Amazon afhankelijk van. Daardoor ging er ineens heel veel offline."
AWS is zeer bepalend voor het internet en is een van de grootste aanbieders van clouddiensten, samen met Microsoft en (in mindere mate) Google. Bedrijven en organisaties over de hele wereld betalen om hun diensten bij de cloudproviders te laten draaien. Het voordeel daarvan is dat deze klanten doorgaans zelf geen omkijken hebben naar hardware en onderhoud.
Pas als er een keer een grote storing is, kom je erachter hoeveel van het internet op slechts een paar techbedrijven leunt. "Er waren vanmorgen mensen die niet op Slack konden en wilden communiceren via Signal", zegt Hubert. "Zij kwamen er toen achter dat die chatapp óók draait bij Amazon."
Dit soort storingen is redelijk zeldzaam. Toch kan het altijd gebeuren, zegt Daan Keuper van het cybersecuritybedrijf Computest. "En als het bij zo'n bedrijf gebeurt, is dat meteen wereldnieuws. De impact is namelijk heel groot."
Dat er slechts een paar bedrijven zijn die het internet op deze manier overeind houden, zou je onhandig kunnen noemen. En dan zijn ze ook nog Amerikaans. "We leggen te veel eieren in hetzelfde mandje", zegt Keuper. "Dat brengt risico's met zich mee, het maakt de maatschappij kwetsbaar."
Quirine van Eeden zegt hetzelfde. Zij is onderzoeker aan het Radboud en deed onderzoek naar hoe afhankelijk publieke organisaties zijn van Amerikaanse techbedrijven en clouddiensten. "Veel organisaties zijn er niet op voorbereid", zegt ze. "Terwijl ze strategieën kunnen bedenken voor wat ze moeten doen als er uitval is. Daar zouden ze regelmatig mee moeten testen."
Hubert vraagt zich ook af waarom dat niet vaker gebeurt. "Waarom testen we wel of de noodstroom werkt bij stroomuitval, maar niet wat er gebeurt als er een storing is bij Amazon?"
Meer alternatieven voor Amazon en Microsoft zou verlichting bieden, denkt hij. Als de wereld afhankelijk is van tien grote cloudproviders in plaats van drie, zou de impact van een storing veel kleiner zijn.
Het lastige is dat het veel geld kost om een eigen clouddienst te bouwen die de concurrentie met de Amerikaanse reuzen aankan. Er zijn wel (Europese) alternatieven, maar vaak zijn dat geen totaaloplossingen zoals Amazon en Microsoft die bieden. Veel bedrijven die liever voor efficiëntie en gemak kiezen, komen daardoor snel uit bij de Amerikanen.
Dat is een kip-en-eiverhaal, denkt Van Eeden. Want als niemand overstapt, kunnen concurrerende cloudbedrijven nooit groeien. "Organisaties zouden andere keuzes moeten maken", zegt ze. "Dat is niet makkelijk, maar als bedrijven een digitaal systeem inkopen, is dat iets waar ze goed over moeten nadenken. Dit is niet hetzelfde als koffie en meubilair aanschaffen, dit is een strategische beslissing."
Van Eeden zegt dat de gevestigde grote cloudbedrijven beslag hebben gelegd op de verbeeldingskracht. "Er zijn echt andere mogelijkheden naast Microsoft en Amazon. Het is niet zo dat dat de enige opties zijn."
Source: Nu.nl Tech