Sinds de wintertests heeft Francesco Bagnaia al moeite met de Ducati GP25. Op het eerste gezicht lijkt die motorfiets geen wereld van verschil met de GP24 waarop hij vorig jaar nét naast zijn derde opeenvolgende MotoGP-wereldtitel greep, maar de veranderingen blijken genoeg om hem volledig van de leg te brengen. In de eerste fase van het seizoen vielen de gevolgen nog mee. Bagnaia moest meestal zijn meerdere erkennen in Ducati-teamgenoot Marc Márquez en Álex Márquez, die bij Gresini Racing wél op de GP24 rijdt, maar de dominantie van de fabrikant uit Bologna leverde hem meestal nog een podiumplaats op.
De vier andere fabrikanten - en in het bijzonder Aprilia - hebben gedurende het seizoen echter grote stappen gezet met hun motorfietsen, en dat maakte het er niet makkelijker op voor Bagnaia. Waar hij in de eerste elf Grands Prix nog vijf sprintpodiums behaalde en zeven keer op het podium eindigde in een Grand Prix, stond hij in de daaropvolgende zeven races nog maar één keer op het podium, zowel in de sprint als in de Grand Prix. Beide successen boekte hij tijdens de Japanse GP, de eerste race nadat hij tijdens een testdag in Misano eindelijk een oplossing voor zijn problemen leek te hebben gevonden.
In de sprintrace op Phillip Island hield Bagnaia alleen Michele Pirro achter zich.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Het dominante optreden op Mobility Resort Motegi lijkt echter een eenmalige uitschieter te zijn, want daarna zakte Bagnaia ver onder zijn eerdere niveau. Twee weken geleden beleefde de 28-jarige Italiaan misschien wel zijn moeilijkste weekend als MotoGP-rijder, want in Indonesië kwam hij totaal niet in beeld. In de kwalificatie strandde hij op een zestiende startpositie, maar daar bleef het niet bij. In de sprintrace reed Bagnaia een hopeloos tempo, met als resultaat een veertiende en laatste plaats, 29 seconden achter winnaar Marco Bezzecchi. Op zondag was zijn snelheid niet veel beter, voordat hij na zeven ronden vanuit de achterhoede crashte en de race moest staken.
Wie dacht dat het na Indonesië beter zou gaan met Bagnaia in Australië, kwam bedrogen uit. Vrijdag plaatste hij zich weliswaar rechtstreeks voor Q2, maar tijdens de kwalificatie verdween het betere gevoel op de Ducati weer als sneeuw voor de zon. Het bleek de inleiding voor opnieuw een dramatische sprintrace, waarin de rijder uit Turijn vanaf de elfde startpositie terugzakte naar P19. Met een achterstand van 32 seconden op Bezzecchi — in slechts dertien ronden — hield hij alleen teamgenoot Michele Pirro, de invaller voor de geblesseerde Márquez, achter zich.
Na opnieuw wijzigingen aan zijn motorfiets te hebben doorgevoerd tijdens de warm-up, kwam Bagnaia in de GP van Australië weer niet lekker uit de startblokken. Hij viel aanvankelijk terug naar de achttiende plaats, voordat hij aan een lichte opmars begon. Die bracht hem naar de twaalfde positie en de strijd om de laatste plaatsen in de top-tien, tot het vier ronden voor het einde fout ging. Bagnaia verloor in bocht 6 de voorkant van zijn Ducati, crashte en noteerde zijn derde uitvalbeurt van het seizoen. Ook scoorde hij hierdoor voor het tweede weekend op rij geen WK-punten.
Die nulscore is pijnlijk voor Bagnaia, die daardoor de derde plaats in het kampioenschap verloor aan Bezzecchi. Net zo pijnlijk is dat hij en Ducati na negentien Grands Prix nog altijd geen manier hebben gevonden om hem op zijn gemak te laten voelen op de GP25, zodat hij zijn sterke punten van voorgaande seizoenen kan benutten. Het is eveneens schrijnend dat Bagnaia al enigszins tevreden lijkt met het feit dat hij kan strijden om een plek in de top-tien. Het zegt wat dat betreft genoeg dat hij liever in die positie crasht, dan dat hij nogmaals als laatste over de finish komt.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport