Bij de komende Tweede Kamerverkiezingen zijn er opvallend veel meer mannen dan vrouwen verkiesbaar. Van de 1166 kandidaten is iets meer dan een derde vrouw. Dit is een lichte daling vergeleken met de vorige verkiezingen. Er zijn ook tien kandidaten die stellen zich als non-binair of genderqueer te identificeren, wat betekent dat ze zichzelf niet als man of vrouw zien. Of ze biologisch man of vrouw zijn - wat natuurlijk wel van belang is voor de statistieken - is niet helemaal duidelijk.
Stem op een Vrouw vindt het jammer dat het aandeel vrouwen is gedaald. Directeur Devika Partiman zegt dat hoewel enkele partijen bewust kiezen voor een evenwichtige verdeling, veel andere partijen dat niet doen. Vaak zijn juist die partijen met weinig vrouwen op hun lijst erg populair.
In de top van de kandidatenlijsten zijn mannen ook in de meerderheid, maar hun aandeel is daar iets kleiner. Van de eerste vijf posities op de lijsten is 40 procent vrouw, wat neerkomt op 53 van de 131 kandidaten.
Onder de zittende partijen hebben de Partij voor de Dieren en GroenLinks-PvdA de meeste vrouwelijke kandidaten. Bij beide is iets meer dan de helft vrouw. D66 heeft precies een gelijke verdeling. De SGP heeft opnieuw geen enkele vrouw op de lijst staan. JA21 heeft ook weinig vrouwen, met 7 van de 46 kandidaten.
Bij de namen van de kandidaten is Jan het vaakst voorkomend, namelijk 21 keer. Andere veelvoorkomende mannennamen zijn Peter en Henk, die respectievelijk 17 en 13 keer voorkomen. Bij de vrouwen is Inge de meest voorkomende naam, met zes vermeldingen.
Source: Fok frontpage