Mercedes' trackside engineering director Andrew Shovlin heeft toegelicht waarom de aanstaande reglementswijziging van 2026 zo complex is voor de Formule 1-teams. Volgens de Brit wordt er gewerkt met een 'bewegend doelwit', omdat de prestaties van de nieuwe bolides week na week veranderen in de simulaties.
In januari staat in Barcelona de eerste shakedowntest gepland met de nieuwe generatie F1-auto’s. Om die deadline te halen zijn alle teams inmiddels volledig overgeschakeld op de ontwikkeling van hun 2026-wagen. De veranderingen – op zowel motor- als chassisgebied – zijn zo ingrijpend dat er zelfs wordt gesproken van de grootste reglementswijziging in de geschiedenis van de sport. Vanaf volgend jaar wordt er gereden met motoren die ongeveer de helft van hun vermogen uit volledig duurzame brandstoffen halen en de andere helft uit elektrische energie. Daarbovenop komen actieve aerodynamica, smallere Pirelli-banden en een verlaagd minimumgewicht (van 800 naar 768 kilo).
"De auto verandert elke week", legt Shovlin uit. "Daardoor veranderen ook de prestaties en dus de simulatieresultaten. Je probeert een chassis te optimaliseren voor een krachtbron die nog niet definitief is. Je werkt dus met een bewegend doelwit. Dat maakt het complex. We hebben virtuele auto’s die we in de simulator kunnen testen. Maar we moeten voorspellen waar we over vier maanden staan qua downforce. Anders werk je aan iets dat nooit op de baan komt."
Ook bandenleverancier Pirelli heeft volgens Shovlin te maken met een grote mate van onzekerheid, doordat teams uiteenlopende downforce-data aanleveren. De Italiaanse fabrikant heeft deze gegevens nodig om te bepalen hoe de constructie van de band er precies uit moeten komen te zien, net als de samenstelling van de verschillende compounds.
"Pirelli krijgt momenteel de meest uiteenlopende voorspellingen binnen over de krachten die auto's aan het einde van de rechte stukken zullen genereren", aldus Shovlin. "We ontwikkelen onze auto's allemaal volledig afzonderlijk van elkaar. Niemand heeft nog iets gezien en tegenwoordig hoor je eigenlijk ook niets meer van andere teams over hoe hun ontwikkeling verloopt. De grootste verschillen zul je dus waarschijnlijk pas zien zodra iedereen zijn auto daadwerkelijk het circuit op stuurt. Het kan bovendien goed zijn dat degenen die sterk bezig zijn dat proberen te verdoezelen en dat sommigen data aanleveren waar ze denken uit te komen, terwijl anderen laten zien waar ze nu staan."
Doordat er zoveel variabelen in het spel zijn en iedereen de kaarten dicht tegen de borst houdt, zal pas tijdens de twee officiële testweken in Bahrein duidelijk worden wie de zaken het beste voor elkaar heeft. Hoewel gevreesd wordt dat het veld volgend jaar veel verder uit elkaar zal liggen dan dit jaar, verwacht Shovlin dat de onderlinge verschillen bij de seizoensstart in 2026 niet extreem groot zullen zijn.
"Kijkend naar hoe de regels zijn opgesteld, vermoed ik dat de verschillen niet enorm zullen zijn als we de auto's voor het eerst op de baan brengen", aldus de baas van Mercedes' engineeringafdeling. "Als het gaat om hoeveel de auto's van elkaar verschillen, zal de situatie vergelijkbaar zijn met nu. Als je ze allemaal dezelfde kleur geeft, zou je waarschijnlijk nog steeds kunnen zien welke auto's het zijn. Bepaalde delen zullen veel op elkaar lijken doordat de regels weinig vrijheid bieden. Maar naarmate de tijd verstrijkt, zullen teams bepaalde delen verder ontwikkelen en komt het meer op details aan."
Source: Motorsport