Met zes wereldtitels in zeven seizoenen kwam Marc Márquez als een komeet binnen in de MotoGP. Hij leek voorbestemd om alle bestaande record te verpulveren, totdat hij tijdens de Spaanse Grand Prix van 2020 zijn rechter bovenarm brak. Er volgde een donkere periode met onder meer vier operaties en grote twijfels of hij ooit nog een wereldtitel zou winnen. Aan die twijfels kwam eerder 2025 al een einde door een reeks dominante overwinningen, maar de titel liet nog even op zich wachten.
Zondag was het dan eindelijk zo ver op Mobility Resort Motegi: in Japan stelde Márquez zijn zevende MotoGP-wereldtitel veilig om zo voor een van de grootste comebacks in de sportgeschiedenis te zorgen. Met nog vijf raceweekenden voor de boeg kwam de 32-jarige Spanjaard qua wereldtitels op gelijke hoogte met Valentino Rossi, waardoor de blik nu gericht kan worden op het recordaantal titels in de koningsklasse. Dat staat nu met acht 500cc-titels nog op naam van Giacomo Agostini. Márquez heeft echter een weg met de nodige obstakels af moeten leggen om tot zijn zevende wereldtitel in de MotoGP - en zijn negende als titels in de 125cc en Moto2 worden meegerekend - te komen. Een tijdlijn van de lange weg naar zijn grote succes.
Marc Márquez viert het binnenhalen van zijn achtste wereldtitel - en zijn zesde in de MotoGP.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Het tweede bezoek van de MotoGP aan Buriram International Circuit werd een memorabele voor Márquez. De toenmalig Honda-rijder reisde met een matchpoint in de titelstrijd af naar Thailand. Als hij daar minimaal twee punten meer zou scoren dan Andrea Dovizioso, zou hij voor het vierde jaar op rij en voor de zesde keer in totaal wereldkampioen worden in de koningsklasse. In de kwalificatie moest hij pole laten aan rookie Fabio Quartararo, met wie hij op zondag tot en met de finish zou vechten om de overwinning. Márquez bleek de sterkste in dat gevecht en stelde zo met nog vier races voor de boeg het kampioenschap veilig. Weinigen vermoedden dat hij daarna tot 2025 zou moeten wachten op een nieuwe titel.
De uitbraak van de coronapandemie zorgde ervoor dat de start van het MotoGP-seizoen 2020 werd uitgesteld. Pas in half juli kon de sport met de GP van Spanje aan een fors ingekort en volledig in Europa afgewerkt seizoen beginnen. Márquez verzekerde zich in de kwalificatie van een plekje op de eerste startrij in Jerez de la Frontera, om op zondag 19 juli 2020 al vroeg naar de leiding te komen. Een eerste moment in bocht 4 wist hij nog op te vangen, waarna de Spanjaard aan een indrukwekkende inhaalrace begon. Eenmaal terug op de derde positie ging het met nog vier ronden te gaan helemaal mis: bij een highsider in bocht 3 brak Márquez zijn rechter bovenarm.
Twee dagen nadat hij in Jerez zijn bovenarm brak, lag Márquez in het universitaire ziekenhuis Dexeus op de operatietafel om de breuk vast te zetten met een titaniumplaat. Een moment voor zijn rentree in de MotoGP werd niet gegeven, al werd wel duidelijk dat hij zo snel mogelijk wilde terugkeren.
Nog geen week na een operatie aan zijn bovenarm probeert Marc Márquez al terug te keren.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Daar waar velen verwachtten dat Márquez een behoorlijke tijd langs de kant zou staan, meldde hij zich een week na zijn crash weer in Jerez voor het tweede raceweekend van 2020. Hij sloeg de vrijdagse trainingen over, maar stapte zaterdag wel op voor de derde en vierde vrije training. Na afloop van de laatste oefensessie gaf Márquez er toch de brui aan, omdat hij te veel pijn in zijn bovenarm voelde. Het bleek de laatste keer te zijn dat hij in 2020 op een MotoGP-motor te zien was.
Nog geen twee weken na de eerste operatie aan zijn bovenarm moest Márquez voor de tweede keer onder het mes. Bij het openzetten van een raam in zijn huis brak de titaniumplaat die de gebroken bovenarm bij elkaar moest houden, waardoor een nieuwe operatie noodzakelijk was.
Het herstel na de tweede operatie verliep langzaam en hield Márquez de rest van 2020 aan de kant. Begin december volgde zelfs een derde ingreep, waarbij een stuk bot uit zijn heup in de bovenarm werd geplaatst. Wederom lag een lang hersteltraject in het verschiet, dat mogelijk tot wel zes maanden in beslag zou kunnen nemen.
Na zijn derde operatie moest Márquez de eerste twee raceweekenden van 2021 aan zich voorbij laten gaan, maar half april keerde hij tijdens de GP van Portugal terug. Op de Honda RC213V wist hij zich als zesde te kwalificeren in Portimão, waar hij op zondag voor het eerst sinds de seizoensfinale van 2019 de finish van een MotoGP-race haalde. Met een zevende plek hield hij daar bovendien negen punten aan over.
De GP van Emilia-Romagna van 2021 blijkt de laatste zege van Marc Márquez in dienst van Honda.
Foto door: MotoGP
Eenmaal terug wist Márquez overwinningen te boeken op zijn geliefde Sachsenring en Circuit of the Americas. Na de Amerikaanse GP reisde de MotoGP terug naar Misano voor de GP van Emilia-Romagna, waar hij zich vanaf de zevende plek op de grid naar een dominante overwinning knokte. Het bleek een bijzondere zege, want het was zijn laatste succes in dienst van Honda. Bovendien besloot Márquez om de laatste twee races van 2021 te laten schieten, zodat hij in 2022 helemaal fit aan de start kon verschijnen.
Márquez begon fit aan 2022, maar al tijdens de tweede Grand Prix van het seizoen ging het mis. Na in de trainingen al drie keer te zijn gecrasht, liep hij bij een brute crash in de warm-up dubbelzicht op. Hij miste de races in Mandalika en Argentinië, om in de Verenigde Staten weer terug te keren.
Eind mei 2022 kondigde Márquez tijdens de GP van Italië aan dat zijn rechter bovenarm nog altijd niet volledig hersteld was. Sterker nog: hij maakte bekend na het raceweekend in Mugello opnieuw geopereerd te worden. Op donderdag 2 juni werd hij in de Mayo Clinic in Minnesota geholpen om de mobiliteit van zijn arm te verbeteren. De ingreep werd door Honda omschreven als een succes, al hield dit wel in dat Márquez zes Grands Prix langs de kant stond.
Na maar liefst vijf crashes geeft Marc Márquez er in Duitsland de brui aan.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Het seizoen 2023 was al een lijdensweg voor Márquez, die bij een crash in de seizoensopener in Portugal geblesseerd raakte en daardoor drie Grands Prix miste. Bij zijn rentree in Frankrijk en in de daaropvolgende race in Italië viel hij uit, maar het dieptepunt moest nog komen. Op zijn geliefde Sachsenring maakte Márquez in de trainingen liefst vier crashes mee - om na een van zijn crashes een middelvinger op te steken naar de Honda RC213V. Na een nieuwe crash in de warm-up gaf Márquez er de brui aan, om een week later in Assen ook niet van start te gaan.
Met een reeks puntenfinishes op zak behaalde Márquez op 1 oktober in de ingekorte GP van Japan zijn eerste - en enige - podiumplaats van 2023. Het bleek meteen zijn laatste podium in dienst van Honda, want op 4 oktober maakte de Japanse fabrikant bekend dat hij na afloop van het seizoen met wederzijdse instemming mocht vertrekken - ondanks een geldig contract voor 2024. De samenwerking met Honda kwam na elf seizoenen dus ten einde voor Márquez, die het vertrouwen was verloren of hij met Honda nog zou kunnen winnen. Op 16 oktober werd bekend dat hij zijn loopbaan in 2024 zou vervolgen bij Gresini Ducati.
Bij Gresini hoopte Márquez te achterhalen of hij zelf nog competitief kon zijn in de MotoGP. Op een Ducati GP23 wist hij in Spanje, Frankrijk en Catalonië op het podium te eindigen, gevolgd door een vierde plek in Italië. Daarmee bewees hij het kunstje nog altijd in de vingers te hebben en dat constateerde het fabrieksteam van Ducati ook. Daar waar Jorge Martín de hoofdkandidaat leek voor het plekje naast Francesco Bagnaia, viel de keuze uiteindelijk op Márquez. Op 5 juni, enkele dagen na de race in Mugello, werd de deal wereldkundig gemaakt.
Na bijna drie jaar keert Marc Márquez in Aragón terug op het hoogste treetje van het podium.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Opvallend was dat Márquez zijn deal bij Ducati's fabrieksteam verdiende zonder ook maar één race te winnen. De eerste zege op een Desmosedici liet op zich wachten tot de Grand Prix van Aragón, waar hij op een glibberige baan overduidelijk de sterkste was. Ook in Misano en Australië zegevierde Márquez nog op weg naar een derde plaats in de eindstand van het kampioenschap. Deze prestaties op een machine van één jaar oud bleken een voorbode te zijn voor wat hij in 2025 op het nieuwste materiaal van Ducati zou presteren.
In zijn eerste seizoen in het fabrieksteam van Ducati had Márquez maar heel kort nodig om te laten zien waarom hij de voorkeur kreeg boven Martín. Op Buriram International Circuit, de locatie waar hij in 2019 zijn zesde titel veiligstelde, veroverde hij meteen pole-position. Die uitgangspositie zette hij zaterdagmiddag om in een overwinning in de sprintrace, gevolgd door winst in de zondagse Grand Prix van Thailand. Het waren de eerste twee van maar liefst 25 zeges die Márquez in de eerste zestien raceweekenden zou boeken.
Met de GP-zege in Misano gaf Márquez zichzelf de kans om tijdens de Grand Prix van Japan al gekroond te worden tot wereldkampioen. Een tweede plek in de zaterdagse sprintrace gaf hem een riante uitgangspositie om de titel op zondag veilig te stellen. Een overwinning bleef ditmaal uit, maar een tweede plaats was ruimschoots genoeg om precies 2184 dagen na zijn laatste titel voor de zevende keer MotoGP-kampioen te worden - en dat met nog vijf raceweekenden voor de boeg. En de manier waarop hij in 2025 naar de titel reed, doet vermoeden dat dit waarschijnlijk nog niet zijn laatste is.
Source: Motorsport